Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan met vrij liooge zekerheid worden aangetoond.

In het O. T. zijn de titels dowtai xov ütou en Sovlos xov xvqiov gemakkelijk aan te wijzen, vooral in de jongere boeken. In het N. T. vinden wij de uitdrukking Sovlos xov O-tov zoowel als Soulos 'Itjaov Xqkixou, maar de combinatie vinden wij nergens. Men vergelijke bv. Apoc. 22 : 3. De uitdrukking van 1 : 1 Qtov xai xvqiov 'It]<roi» X(fi(srov Soulos is dus een unicum en als zoodanig zeer verdacht.

»Und auf der morschen Basis dieser beiden Stellen errichtet man die Hypothese von dem christlichen Charakter des Jakobusbriefes!* (S. 8). Dat is onjuist; interpolaties moet men hier aannemen, Blijkbaar vertoonde de oorspronkelijke brief geen enkelen Christelijken trek. Wat men tegen deze onderstelling zou willen inbrengen, dat nl. de h.s.s. ons geen recht geven tot deze conjectuur, dat beteekent toch eigenlijk niets. «Als ob unsre relativ spaten Handschriften die Gewahr gaben, dass wir durch gegenseitige Vergleichung den urspriinglichen Text der Schriftstückegewinnen müsstenc (S. 9). Veel opmerkelijker is het volgens Spitta, dat die Christelijke hand van den omwerker slechts op de beide genoemde plaatsen heeft ingegrepen. Toch staat de Jacobusbrief in dit opzicht niet alleen (vgl. 4 Ezra 7: 28, sommige plaatsen uit Henoch, vooral SiaOtjxrj 'Apnaa/i enz.).

Spitta is voorloopig tevreden, wanneer men hem toegeeft, dat het niet aangaat om op grond van 1 : 1 en 2 : 1 den brief een Christelijk karakter toe te kennen. Hij wil zich sterk maken het volgende te bewijzen:

Sluiten