Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geet, aldus redeneerende, dat Jacobus volgens Spitta geen Christelijk, maar een Joodsch auteur is. Verder mag men wèl in aanmerking nemen, dat Spitta volstrekt niet beweerd heeft, dat Paulus zijne gedachten en zijne theologische terminologie aan Jacobus ontleend heeft. In zijnen commentaar toch heeft Spitta juist trachten aan te toonen, hoeveel van het gemeenschappelijke materiaal tot oudere bronnen is te herleiden. Ook is het zeer gemakkelijk om te spreken van de scheppende originaliteit van Paulus, maar vanwaar heeft men dit eigenlijk? Weet men dan niet, dat voorstellingen en gedachten, die met de Paulinische rechtvaardigingsleer direct samenhangen, in de Joodsche litteratuur worden aangetroffen? — Spitta geeft evenwel toe, dat de oplossing van deze lastige kwestie ten nauwste samenhangt met het karakter, dat men aan den Jacobusbrief toekent. Men kan alleen zeggen, dat de Paulinische rechtvaardigingsleer afhankelijk is van de uiteenzetting van Jacobus, wanneer men aanneemt, dat de Jacobusbrief van Joodschen oorsprong is. »Bei der Annahme, dass Jakobus christlichen Ursprungs sei, können sich die Vertreter der Prioritat des Jakobusbriefes das Problem der Ahnlichkeit zwischen beiden Verfassern nur dadurch ertraglich machen, dass sie auf die Möglichkeit einer Abhiingigkeit des Paulus von Jakobus überhaupt nicht eingehen» (S. 217).

Afzonderlijk wordt de Hebreërbrief behandeld. Ook hier staat de pericope 2 : 14—26 op den voorgrond. In Hebr. 11:17—19, vs. 31 toch wordt gesproken van Abraham en Rachab, die ook voorkomen in de argumentatie van Jacobus. Spitta onderstelt, dat beide brieven

Sluiten