Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die interpolatie, ondersteld dat zij juist is, bewijst heel weinig. »Als Jacobus spreekt van den »Heer der heerlijkheid» zonder meer, behoeft hij volstrekt niet, gelijk Spitta meent, te hebben gedacht aan God, maar kan hij even goed als de onderstelde interpolator en de schrijver van i Kor. 2 : 8, waar niemand voor zoover wij weten den tekst «verbeterde», het oog hebben gehad op Jezus Christus, zoodat de onderstelde interpolatie rjftiof 'IX een juiste exegese van des schrijvers xvQioi Tiji dogiji zou kunnen heeten» (bl. 404). Er is geen enkele reden te bedenken, waarom de uitdrukking xuyioj rtji in 2 : 1 zou zijn gebezigd ter aanduiding

' van God, in plaats van het doorloopend in den brief gebruikte of foo; xai tiutiiq.

Maar de interpolatie is niet juist. Men moet hier denken aan eene verbinding van de overgenomen Paulinische uitdrukkingen 0 xvgtoj tjftojv l X en ó xvqioj Ttji Sol-l/i. l)

Nog minder noodig is het eene interpolatie aan te nemen in 1:1. Dat wij hier een unicum aantreffen, gelijk Spitta opmerkt, kan moeilijk als een argument gelden.

Ook draagt de brief naar vorm en inhoud den stempel van zijne Christelijke herkomst. Maar met den vorm hebben Massebieau en Spitta zich niet ingelaten, en wat den inhoud betreft herhalen zij eenvoudig de oude klacht, dat in den ganschen brief geen enkel specifiek evangelisch element is te vinden.

') Om te laten zien, hoezeer de zinbouw in onzen brief soms lijdt onder den last van overgenomen woorden en denkbeelden, wijst Van Manen op 1:3—4, 2:23 enz.

Sluiten