Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schung wieder einmal sehr nachdrücklich zu Gemiite geführt, was sie bei der Erklarung christlicher Urkunden nur zu leicht vergisst: wie innig das Christentum in seinem Gedankenschatz und auch in den Ausdrucksformen zusammenhangt mit dem Judentum. Als zweifellos erwiesen wird seit Spitta's Buch gelten können, dass der Verfasser unsers Schreibens eine aussergewöhnliche Belesenheit in derjüdischen Literatur besessen hat« (S 21 u. 2?).

Uit de behandeling van jacobus' verhouding tot de oudchristelijke litteratuur blijkt volgens Grafe duidelijk, dat Spitta met verschillende maten meet. De overeenkomst toch met de synoptici is veelal veel grooter dan die met de Joodsche litteratuur, welke door Spitta wordt aangehaald.

Al wil hij Spitta toegeven, dat er geene litteraire afhankelijkheid bestaat tusschen Jacobus en Mattheüs, toch is de verwantschap zóó groot, dat men moet aannemen, dat Jacobus ons eerste evangelie gekend heeft.

Wat de verhouding van den Jacobusbrief tot i Petrus aangaat, Grafe kent de prioriteit toe aan het laatste geschrift.

Bij de bespreking van c. i : 14—26 ontzegt hij Spitta het recht om te zeggen, dat Paulus naar aanleiding van Jacobus geschreven heeft over de rechtvaardiging.

Zoo heeft Grafe dan getracht alle gronden te weerleggen, waarop Spitta meende te moeten besluiten, dat in 1 : 1 en 2 : 1 interpolaties waren aan te nemen en dat de Jacobusbrief geschreven was óf kort na óf zelfs vóór Christus, door een Jood aan de Joden.

9

Sluiten