Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken voor de toekomst, zonder Gods wil daarbij in aanmerking te nemen.

De nu volgende strafpredikatie is ook gericht tegen de rijken; zij hangt nauw samen met het voorafgaande. Jacobus houdt den rijken gemeenteleden hun schandelijk gedrag voor (5: 1—6). Verder worden de armen vertroost met het oog op het aanstaande gericht en onder verwijzing naar de O. T.ische profeten en de bekende geschiedenis van Job (5 : 7—11).

De zich daarbij aansluitende vermaningen hangen niet met elkander samen. Men heeft evenwel daarom nog niet het recht om te zeggen, dat dit deel niet meer bij den brief behoort. Allereerst treffen wij aan eene opwekking tot trouw aan het gegeven woord en onthouding van den eed (5 : 12). Daarna eene opwekking tot bidden onder het lijden en voor lijdenden, in de stellige overtuiging, dat het geloovig gebed van eenen rechtvaardige veel vermag, ook om genezing aan te brengen (5 : 13—18). En dan eindelijk de vermaning om den afgedwaalden broeder te bekeeren, waarmee de auteur zeer geschikt kan eindigen (5 : 19 en 20). J) Gelijk de brief niets persoonlijks bevat, zoo eindigt hij ook tamelijk abrupt, zonder slot en zegenbede.

Uit dit beknopte overzicht van den samenhangenden inhoud van den brief volgt reeds, dat Luther te ver is gegaan, door hem met eene verzameling van losse

') Pfeiffer (Theol. Stud. u. Kr. 1850, I, S. 180) zegt dan ook: „So tritt zuletzt noch einmal die praktische Richtung des Jakobus hervor, noch einmal wird der Segen erwahnt, welchen zurückwirkend die That ftlr das innere Leben des Glaubens in sich trage, noch einmal dem kraftigen Wirken verheiszen".

Sluiten