Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij vinden in 2:2 het woord vviragog gebruikt in letterlijken zin, dus = vuil; in overdrachtelijken zin komt het voor in Openb. 22 : 11. Daarentegen vinden wij v^og alleen in 1 : 9 gebruikt in figuurlijken zin = de hoogheid (van staat), terwijl het woord overigens altijd voorkomt in plaatselijken zin — hoogte, de hemel enz. Het woord iog komt bij Jacobus in tweëerlei beteekenis voor. In 3 : 8 heeft het de gewone beteeken is van venijn of vergif, maar in 5 : 3 dient het woord om aan te duiden de roest op metalen. Hetzelfde geldt trouwens van het woord ytixoig. In 1 : 23 is sprake van TTnoaianov xys ytvê<ino? = natuurlijk voorkomen, natuurlijke verschijning, zooals men die bij zijne geboorte verkregen heeft, aangeboren gelaat.*) In 3:6 vinden wij de raadselachtige uitdrukking rgo^og rtjg ytvwtwg, welke wij kunnen vertalen als >rad van het bestaan.» 2) De tong zal dan moeten worden opgevat als de as, en het bestaan, de wandel van den mensch als het rad, dat door de as bewogen en in vlammen gezet wordt.

In de beteekenis van grootspraak komt het woord dluZovHu alleen voor in 4: 16; in 1 Joh. 2:16 komt het voor in de beteekenis van grootschheid, hoovaardij. Het woord paadixog staat alleen in 2 : 8 bij vopog ter aanduiding van een gebod, dat in waarde alle andere geboden overtreft. 3) Alleen in 5 : 18 komt transitief voor; meestal beteekent het woord ontkiemen, uitspruiten. In 1:3 beteekent Soxtixiov beproevings-

') Kaljon in zijnen comment. van 1904.

-) C. YVeizsacker vertaalt: „das kreisende Leben". Vgl. Baljon, Comment. bl. 54 en 55.

3) Grafe zegt: „Es ist ein Gesetz für Künige" (S. 45, Anm.).

10

Sluiten