Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook vinden wij bij Filo herhaaldelijk het beeld »vom Zeugen und Gebaren bei Vorgangen des Geisteslebens» (i : 15), gelijk Spitta heeft opgemerkt. J)

Spreekt onze auteur in 1:17 van o nartjq tmv (fan«>v, Filo gebruikt meermalen de uitdrukking o irazi-ij itov t>h<>v in den zin van Schepper; ja, zelfs komt, gelijk Feine opmerkt, de uitdrukking mjyi; tciv aiaïïrjttur dattQov bij Filo voor. 2)

Ook van 1 : 18 ontbreken de parallellen bij Filo niet. Wij kunnen hier verwijzen naar Leg. alleg. 111, 63, Mangey I, 123 3); voor de verklaring van het begrip anciQy^ kunnen wij verwijzen naar hetgeen Filo zegt in »De creatione principum" *), waar hij Israël noemt uTTUQyrjv tod aiifinarzog avü-Qumdtv yernrg. Dat Spitta wel eens naar Filo verwijst, ook waar dit onnoodig of zelfs onjuist is, blijkt bv. uit zijne verklaring van de uitdrukking: vnfiog isletog ó ttjg fhertteytag, waardoor volgens hem zal worden aangeduid de Joodsche wet, in onderscheiding van de wetten van andere volken. Deze wet wordt rekeiog genoemd, omdat een betere niet denkbaar is; vo^tog rtjg èlev&SQiug, »weil es — das Gesetz — die Menschennatur zur lelsioryg entwickelt» 5). Verwezen wordt dan naar Filo, bepaald naar deze

!) Om zich van de waarheid van deze bewering van Spitta, S. 37, te overtuigen, vergelijke men: De mundi opif. 59, Mangey I, 40; de Cherubim 17, Mangey I, 149; Sacrif. Abel et Cain. 31, Mangey I, 183.

3) Vgl. Siegfried, S. 312.

3) Spitta, S. 37, Anm. 2.

4) Mangey II, 366.

6) S. 54.

Sluiten