Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten oplossen, dat onze brief met Mattheüs vooral overeenkomt wat den vorm aangaat, met Lucas daarentegen meer wat geestesrichting en karakter betreft •).

De verschillende parallellen zijn zeer volledig bijeen gebracht door Spitta, reden waarom wij ons hier alleen met de belangrijksten zullen bezighouden. Als zoodanig kunnen wij aanmerken:

Jac. 1:5 — Matth. 7:7 — Luc. 11:9;

» 1:6 — Mrk. 11 : 23 v. — Matth. 21 : 2 1 v.;

» 1:17 — Matth. 7:11 — Luc. 11 : 13;

» 1 : 22 v. — Matth. 7 : 2 1 v. — Luc. 6 : 46 v. 2);

» 2:5 — Luc. 6 : 20, 6:24, 12:21, 16 : 19 vv.;

> 2:8 — Matt 22 : 39, Mrk. 12 : 31 en Luc. 10 : 27 ;

» 3:12 — Matth. 7 : 16 v. — Luc. 6 : 43 v. •,

» 3 : 18 — Matth. 5:9;

» 4:3 — Matth. 7:7 (8) — Luc. 11:9 (10);

» 4:4 — Matth. 6 : 24 — Luc. 16 : 13;

» 4:4 — Matth. 12 : 39, 16:4 — Mrk. 8 : 38; :i)

» 4 : 10 — Matth 23 : 12 — Luc 14 : 1 1 en 18 : 14^;

» 4:11 — Matth. 7:1 — Luc. 6:37;

l) Men zou in de verzoeking kunnen komen aan beiden een Ebionitisch karakter toe te kennen, maar wat het 3e evangelie aangaat is dit toch zeer de vraag, daar het niet te ontkennen is, dat het derde evangelie een Paulinisch karakter draagt.

J) Gelijk Grafe opmerkt, bestaat de overeenkomst van deze plaatsen niet alleen hierin, „dass das Tun empfohlen wird, und dieser Ermahnung ein Gleichnis sich anschliesst. Sondern es spielt auch in beiden Pallen der Zug des Selbstbetrugs hinein" (S 23).

:i) Wat wij bij Jacobus lezen in 4: 4 komt met Matth. 6 : 24 en Luc. 16: 13 hierin overeen, dat niemand twee heeren kan dienen; met Matth. 12:39, 16:4 en Mrk. 8:38 hierin, dat wij er overal aantreffen het woordje

Sluiten