Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenen wij de meerdere oorspronkelijkheid te moeten toekennen aan i Petrus, al is ook wel het tegendeel beweerd. Het bewuste citaat wordt in i Petrus gevonden in passender samenhang dan in onzen Jacobusbrief. In onzen brief past het citaat eigenlijk niet. Van nederigheid en deemoed is hier geen sprake; vermoedelijk moet de inlassching van het citaat worden verklaard uit de beide woorden AiAuwiv yaoiv.

Als een argument voor deze opvatting mag zeker wel gelden, dat de vermaning om den duivel te weerstaan hier ongemotiveerd staat in tegenstelling met i Petr. 5:8 en 9. Vermoedelijk heeft onze Jacobus aan 1 Petr. 5 ook ontleend de opwekking vnmctyrit (vs. 7) en TuntiYoiï^Tt (vs. 10).

Eindelijk kunnen wij nog vergelijken Jac. 5 : 20 en 1 Petr. 4:8, waarbij kan worden opgemerkt, dat 1 Petrus nauwkeuriger weergeeft den Hebreeuwschen tekst van Spreuken 10; 12 ') terwijl de LXX zeer vrij vertaalt: nrtvius óf tong [ir> (piloveixorviag y.aXvmn (piha.

Terecht oordeelde Brtickner, dat aangezien 1 Petrus zich meer aansluit bij den grondtekst dan Jacobus, bij wien wij slechts lezen: xulvipti nXyfrog a/nctQiuov —zonder »' ayanr als subject —, en dat aangezien verder beiden evenveel afwijken van de Grieksche vertaling, Jacobus afhankelijk is van 1 Petrus. Ook kan weer worden opgemerkt, dat de samenhang, waarin dit citaat voorkomt bij Petrus, veel eenvoudiger is dan de gekunstelde samenstelling van Jacobus.

Door de tegenpartij — o. a. Spitta — wordt het

i) Wij vinden daar: rEDT» OWS SjTI

Sluiten