Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet. Geheel het 12de hoofdstuk is aan haar gewijd. ')

Gelijk wij gezien hebben, is Jacobus afhankelijk van 1 Petrus. Nu zou het kunnen zijn, dat onze brief door middel van 1 Petrus overeenstemde met 1 Clemens. Zij, die dat meenen, kunnen zich beroepen op twee reeksen van parallellen, waarvan de eene reeds is ge genoemd.

Jac 4:6— 1 P. 5:5— 1 Clem. 30:2, citaat uit Spreuken 3 : 34, woordelijk naar de LXX, met uitzondering van eane verwisseling van de twee woorden «7toi,' en xi'(fiog 2).

Jac. 5 : 20 — 1 P. 4:8 — 1 Clem. 49 : 5, citaat uit Spreuken 10: 12, maar waarbij trouwens enkele verschilpunten zijn op te merken. Zoo lezen wij bij Clemens: uyuirty xuit niu nü/tiaQtuov.

Toch bewijzen deze twee reeksen weinig of niets, want ook afgezien van zijne verhouding tot x Petrus, is de Jacobusbrief afhankelijk van 1 Clemens.

Weinig beteekent de overeenkomst tusschen Jac. 4:1 en 1 Clem. 46 : 5, tusschen 4 : 2 (rpüonut /.ui Qifkavit) en den Clemensbrief in zijn geheel, als zijnde gericht

') Het verschil met de rechtvaardigingsleer van Jacobus blijkt reeds dadelijk uit het eerste vers: „Ter wille van haar geloof en hare gastvrijheid werd Rachab de hoer behouden". Clemens erkent dus, gelijk Völter opmerkt, „dass der Mensch principiell durch den Glauben gerechtfertigt wird, wahrend die Werke etwas Sekundares sind, aber allerdings notwendig bei jedem Gerechten hinzukommen müssen" (S. 159).

3) Meinertz ontkent op grond van deze verandering, dat wij hier te doen hebben met een citaat uit Spr. 3 :34. Ook kan volgens hem niet gedacht worden aan eene afhankelijkheid van 1 Petr. 5 : 5-

Sluiten