Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cle Filippiërs. Wij treffen in dezen brief het vreemde woord tnlivayw/Hv aan, door Jacobus gebezigd in i : 26 en 3:2. Het begin van het 6e caput. dat handelt over de plichten der presbyters, vertoont hier en daar overeenkomst in gedachten met sommige gedeelten van den Jacobusbrief. Wij lezen daar bv.: »Ook de pres byters moeten barmhartig zijn, zich over allen ontfermen, het afgedwaalde weerbrengen, naar alle kranken omzien en geene Weduwe of wees of behoeftige verwaarloozen; ja, zij moeten steeds het goede behartigen ; zich van iedere toornige opwelling, partijdigheid en onrechtvaardige uitspraak onthouden;

ver zijn van allerlei hebzucht* . In het slot van

c. 12: »opdat gij (daarin) volmaakt moogt wezen» — ha tjTt Tffoioi (tV ixufio) — kan men zien eene herinnering aan wat Jacobus zegt in 1:4 (ha i]if rtlum x«t ókoxXijoot^.

Door sommige geleerden wordt aangenomen, dat de bekende filosoof Justinus Martyr den Jacobusbrief gekend heeft. Dit geschiedt dan vooral om de overeenstemming, welke er bestaat tusschen hetgeen Justinus zegt in den Dialogus cum Tryfone Judaeo c. iod en Jac. 1:15, waar gehandeld wordt over den oorsprong en de gevolgen van de zonde. Justinus zegt: iluqïïtvoi yuq oixfct Eva xai «<jpf>«pro,% tov \oyov tov dno tov oif'Hoj avkhapovau naQUKOT/v xai Ouvaiov ixtxi. Terecht spreekt Holtzmann *) hier van eene »leichte Berührung». Maar er zijn nog enkele punten van overeenstemming en daarop willen wij hier nog ter loops de aandacht

') Einl. S. 339.

Sluiten