Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

credidit Deo, et reputatum est illi ad iustitiam et amicus Dei vocatus est, blijkbaar in aansluiting aan Jac. 2 : 23 '-). Credner-Volkmar -') ontkennen, dat Irenaeus den Jacobusbrief gekend heeft. »Irenaeus is te rijk aan uittreksels uit de apostolische geschriften, die hij eenmaal had leeren kennen, om te onderstellen, dat hij aan Jacobus' brief, indien hij hier op dezen gezinspeeld had, niet meermalen zou hebben ontleend». Daartegenover heeft Hilgenfeld de opmerking gemaakt, dat niet zoozeer de uitdrukking zelve als wel de aan Jacobus eigene samenvoeging van Gen. 15:6 met yiXoj ttfov wijst op een gebruik maken van den Jacobusbrief door Irenaeus :f).

In het 5e boek van hetzelfde geschrift (c. 1 : 1) lezen

wij : praedestinati quidem ut essemus, qui nondum

eramus, secundum praescientiam Patris, facti autem initium facturae, accepimus in praecognitis temporibus

, welke woorden ons herinneren aan de bekende

woorden van Jac. 1 : 18 *).

Op nog meer punten van overeenkomst hebben Camerlynck en Mayor gewezen, maar dezen kunnen hier gevoegelijk achterwege blijven.

Irenaeus schijnt dus werkelijk onzen brief te hebben

!) Vgl. Zahn, Gesch. des Nt. Kanons I, S. 325. Vgl. voor de benaming „vriend van God" Holtzmann, Einl. S. 339.

-) Gesch. v. d. Kanon des N. T. 1866, bl. 463.

;i) Z. f. w. Th. 1873, S. 31. — Einl. S. 86, A. 4. Hetzelfde merkt Feine op S. 151.

*) Holtzmann, Einl. S. 339; Weiss, Einl.3 S. 72; Camerlynck (Saint Irénée et le canon du Nouv. Test. p. 39): „La seconde allusion est frappante de ressemblance tant pour les idees que pour 1'expression."

Sluiten