Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelezen ]), en nu Tertullianus? Maar twee plaatsen komen hier ter sprake. Allereerst deze woorden uit »De Oratione* c. 8: absit, ut Dominus temptare videatur, welke men kan vergelijken met het bekende gezegde van Jac. 1:13.

Eu dan verder uit «Adversus Judaeos» c. 2: Unde Abraham amicus Dei deputatus, si non de aequitate et iustitia legis naturalis. Deze woorden kunnen ons herinneren aan wat Jacobus zegt van Abraham in 2 : 23.

Met zekerheid zal moeilijk gezegd kunnen worden, dat Tertullianus onzen brief heeft gekend.

Volgens Eusebius5) zal Clemens Ale.xandrinus den Jacobusbrief hebben uitgelegd. Het is echter de vraag, of en in hoeverre dit bericht geloofwaardig is :!). Uit de geschriiten althans van dezen Clemens kunnen wij slechts enkele — ook nog maar weinig beteekenende

O O

— punten van aanraking met onzen brief halen ').

Ook bij Clemens Alexandrinus heet Abraham »de vriend Gods», maar uitdrukkelijk m» AA^f/ra

'Amtntohtv. Vermoedelijk hebben wij dus te denken aan invloed van 1 Clemens.

') Volgens Feine (S. 151) is het „blosse Verniutung Zahns (Gesch des Nt. Kanons I, S. 325), wenn er die Benutzung des Briefes durch Irenflus daraus erklart, dass derselbe in der kleinasiatischen Heimat des Irenaus in Ansehen stand."

2) Evenzoo Photius bibl. cod. 109; vgl. Euseb. H. E. VI: 14.

:i) Vgl. Credner-Volkmar (Gesch. v. d. Kanon des N. T.) bl. 472 v., verder Weiss, Einl. 3 S. 72, A. 4.

*) Vgl. Zahn, Forschungen III, S. 151 f.; Gesch. I, S. 323. — Terecht heef: Feine (S. 151) er op gewezen, „dass in den Hypotyposen, wie sie uns erhalten sind, der Brief nicht komnientiert ist und auch kein Citat des Briefes bei Klemens nachgewiesen werden kann."

Sluiten