Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praedicaat tpyvros en de vermaning d^anth kan alzoo geen sprake zijn.

Maar kan nu ook nog nader worden bepaald, wat onder den Ao/oj rdtjOiiai en den Ao/o,- i^fvtoi moet worden verstaan? Heeft onze Jacobus misschien eenvoudig de O.T.ische openbaring op het oog gehad ? Er is wel het een en ander op te merken, dat voor deze opvatting schijnt te pleiten. Zoo wordt bv. in de Ascensio Mosis (5) de O.T.ische openbaring, bepaald de wet, de waarheid, de waarheid Gods genoemd. Evenzoo wordt van «de waarheide gesproken in de Testamenten der twaalf Patriarchen (vgl. Test. Rub. 3). Maar de uitdrukking «waarheid» wordt ook in de Christelijke geschriften, bv. Efez. 1:13, Col. 1 : 5, 2 Tim. 2: 15 en vooral 1 Petr. 1 : 22 toegepast op de Christelijke verkondiging, en van 1 Petrus is onze brief, naar ons althans voorkomt, afhankelijk.

Nu is het waar, dat het O.T. in onzen brief eene zeer belangrijke rol speelt. In 2 : 8 en 9 lezen wij toch: «Indien gij evenwel de koninklijke wet volbrengt naar de Schrift (Lev. 19: 18): gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven, doet gij wèl. Maar indien gij den persoon aanneemt, doet gij zonde, daar gij door de wet (Lev. 19: 15, Deut. i : 17 en 16 : 19) als overtreders aan de kaak wordt gesteld « »Want,« zoo heet

Ten onrechte vatte Calvijn iu-yuro; proleptisch op: ita suscipite, ut vere inseratur. Oecumenius verstond onder den Xoyo; het den menschen aangeboren verstand; de mystieken speculeerden daarbij over het zgn. innerlijke licht. B. Weiss ziet in dit ingeplant zijn van let woord der waarheid „das Neue im Christentum" (Bibl. Theol. des N. T. \ S. 183). Vgl ook de opmerking van Pfleiderer, Urchr. II3, S. 550, Anm. 1.

Sluiten