Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijderd, behoeft geen betoog. Maar wij mogen verder gaan en zeggen, dat het althans hoogst waar schijnlijk kan worden gemaakt, dat dit Christelijke element eerst later tusschen de woorden &tov en Sovfa,• is ingevoegd.

De aanduiding tov 9(ov voor uitstekende personen

zoowel als voor de vromen onder het volk komt tamelijk veel voor in de jongere boeken van het O. T. *) Zij is op ééne lijn te stellen met de nog vaker voorkomende uitdrukking souxoi tov xvqiov. In het N. T. komt ook eenige malen voor rov thov, maar daar

naast vooral SovXof 'Itjiiov Xqiotov. 2) Nergens daarentegen treffen wij de combinatie van beide uitdrukkingen aan, gelijk hier bij Jacobus. Waar van de verhouding van Paulus tot God en Jezus Christus naast elkander sprake is, daar wordt, zooals in Tit. i : i gezegd: Ilavloj Sovloj Ofov, anoaiohoi iït 'h/aov Xninrov. De uitdrukking 9fov xai xvqiov 'Irjciov Xqiutov dovhoj mag dus een unicum worden genoemd. En verder is het toch ook vreemd, dat alleen in den aanhef van den brief, in het opschrift, sprake is van Jezus Christus, terwijl er overigens van hem gezwegen wordt.

Na het schrappen van den naam Jezus Christus op beide plaatsen — iets, waartoe wij ons thans gerechtigd

Vgl. i Kron. 6:49, Jez. 42:19, Dan. 3:26, 6:21 enz. (Spitta, S. 8 Anm. 1).

~) Vgl. voor 9av\o; I. X. Rom. 1 : i, 1 Cor. 7 : 22, Gal. 1 : 10, Efez. 6:6, Filipp. 1 : r, Coloss. 4: 12, 2 Petr. 1 : 1, Jud. 1, Openb. 1 : i; voor de uitdrukking dvAoz 5svj Rom. 6 : 22, 12 : ii, Tit. 1 : 1, 1 Petr. 2:16, Openb. 19:2. Vooral bij Ilermas is de uitdrukking óWof de gewone benaming der geloovigen.

Sluiten