Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het huis. Jacobus' bedoeling met de pericope komt hier reeds aan het licht. Ongetwijfeld waren er onder de adflyoi eenigen, die van de maxii — ook al heeft ze geene werken — een oqpéAo,» verwachtten, en wel een oipfXoj van zeer veel belang, n. 1. de definitieve redding, het behouden blijven bij het gericht. Jacobus ontkent niet, gelijk later zal blijken, dat men een geloof zonder werken geloof kan noemen, maar hij ontkent alleen, dat dit geloof het echte geloof zou zijn, dat werkelijk dien naam verdient en dat voor God waarde heeft.

Kenmerkend voor Jacobus' opvatting van de zaak is zijne manier van zeggen, Hij zegt toch niet: iuv nianv ris gelijk wij toch met het oog op het volgende i'jya St fit] ixil zouden mogen verwachten, maar hij zegt: *W ntariv Xtyij rij Wel zal het zijne be¬

doeling niet geweest zijn om den *<,• voor een leugenaar uit te maken, maar hij waarschuwt er als het ware reeds hier tegen om eenige waarde te hechten aan een geloof, dat niet aangetoond kan worden, omdat de werken ontbreken.

Om het antwoord op de vraag van vs. ^gemakkelijk te maken, geeft de schrijver in vs. 15 en ióeene vergelijking, die wederom gekleed is in vragenden vorm. «Wanneer een broeder of eene zuster zonder bekleeding is en het hun aan het dagelijksch voedsel ontbreekt, en iemand uit u tot hen zegt: »Gaat heen in vrede, warmt en verzadigt u,« maar gij geeft hun niet de nooddruft des lichaams, wat baat dat dan?i

Op grond van de vergelijking in vs. 15 en 16 geeft nu Jacobus in vs. 17 het antwoord op de vraag van

Sluiten