Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15:6 afkomstige citaat in 2 : 23 — imartvat» th 'Apoaau tui frtw, xai tlo/Kifït] aiiicj n",- Sixuioduvijv •— ongetwijfeld niet onmiddellijk aan Paulus (Rom. 4:3; Gal. 3 : 6) ontleend is, maar gelijk de volgende woorden: *«< qiloj ihov ixhjOij bewijzen, aan 1 Clem. 10: 1, 6. En verder heeft deze Hoogleeraar t. a. p. er op gewezen, dat de door Jacobus vooraf en daarna aangehaalde voorbeelden van Izak's offering door A braham en van Rachab, blijkbaar eveneens uit 1 Clem. 10 i 7 en 1 Clem. 12 afkomstig zijn. Maar Clemens veronderstelt Paulus, en van Jacobus geldt dus hetzelfde. Het is dan ook duidelijk, dat het citaat uit Gen. 15:6 oorspronkelijk slechts kan aangehaald zijn do r iemand, die in den geest van Paulus de rechtvaardiging door het geloof alleen leeraarde, terwijl Jacobus, door het citaat in verband te brengen met het voorbeeld van Abraham's offerande en van de hoer Rachab, daaraan zeer gezocht den zin geeft, d it het geloof slechts medewerkte met de werken, die het geloof volmaken en de uitslag gevende factor bij de rechtvaardiging zijn.

Bovendien komt niettegenstaande de geconstateerde afhankelijkheid van Clemens in 2 : 14—26 toch duidelijk ook de directe Paulinische invloed voor den dag, n.1. in de scherpe tegenstelling van de begrippen mans en (Q/a, en van de formules StxaiounOat ix marHoj fiovov en dixatavaiïai iijyiov. Nergens vindt men vóór Paulus deze principieele tegenstellingen in het Jodendom of in het Joodsche Christendom. Paulus is de schepper er van. En wanneer nu Jacobus polemiseert tegen lieden, die van het geloof alleen hunne rechtvaardiging of hun behoud verwachten, zoo polemiseert hij daarmede zoo al

Sluiten