Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet direct, dan toch indirect tegen Paulus, op wien deze lieden zich immers beroepen moeten hebben. Zijn

ótjuTi óti tf tnytav Htxaiourai civlïnionoi xai ovm ïx niarnoi

ftovo» (vs. 24) kan dan ook nauwelijks anders verstaan worden dan als antwoord op Rom. 3:28: loyi^omOa yaq dixaiovaiïui morn ril/d'Qconoi' 1conif {q/oov voftov (vgl. Gal. 2 : 16).

Wel is waar moet toegegeven worden, dat Jacobus de leer van Paulus zeer vrij behandelt. Het is feitelijk eene caricatuur van Paulus' leer, welke Jacobus bestrijdt.1) Want Paulus plaatst niet eenvoudig toya en man; tegenover elkander, maar tegenover den verkeerden Joodschen heilsweg der vopov wordt door hem het geloot in Gods genade in Christus als de ware heilsweg voorgesteld.

Maar uit deze meer bepaalde tegenstelling abstraheert Jacobus de tegenstelling van nuiiij en *<>•/<* in 't algemeen, d. w z. van mant in den zin van geloof in God en van f'p/a in den zin van liefdewerken. Jacobus doet dit, omdat hij zelf dadelijk voor het bijeen behooren van TTtaiii en inya wil pleiten, en omdat naar zijne meening

J) Daaruit volgt evenwel nog niet, dat Jacobus niet bedoeld heeft tegen Paulus te polemiseeren (tegen Sieffert. H. R. E. 1900, S. 584). Vgl. de treffende opmerkingen van Holtzmann, Nt.Th. II, S. 339; Einl3, S. 335 ; Baljon, Theol. Stud. 1894, bl. 400; VVeizsacker (Apost. Zeitalter, S. 380).

S. 337 van zijne Nt. Theol. onderstelt Holtzmann de mogelijkheid, „dass Jak., der sich sonst so vielfach an paulin. Formeln anschliesst, mit seiner Polemik nur den Pis gegen Pis (unter einer Voraussetzung wie die 2 Pt 3, 16 vorliegende) vertheidigen wollte, was dann freilich in tiberaus unvorsichtiger und missverstandlicher Weise bewerkstelligt worden ware,"

Sluiten