Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartigheid en van goede vruchten is (3 : 13—18) x) Ongetwijfeld vat Jacobus zijne bestrijding der zonde zeer ernstig op. Hij acht het noodig met het oog op het voortdurend zondigen der menschen (3 : 2a) als een plicht der Christenen er op te wijzen, dat men elkander de zonden moet belijden en dat men voor elkander moet bidden (5 : 16). Maar dit is juist zoo eigenaardig: Jacobus heeft het meer over de zonden, dan over de zonde. Eene objectieve auaorta, eene Paulinische zondemacht kent hij niet. Terwijl het woord dtiunria bij Paulus dient ter aanduiding van de zondige macht, onder wier invloed de menschheid staat, gebruikt Jacobus dit woord om daardoor aan te duiden de zonde, gelijk zij zich in bepaalde gevallen, door bepaalde daden openbaart, de actueele zonde dus. ■)

De menschen hebben dan ook voor hunne religieuse en moreele vernieuwing niets anders noodig dan den loyoj nu Met behulp daarvan is het den mensch

]) Opmerkelijk mag het zeker wel heeten, dat de kenmerken van de ware wijsheid van zuiver practischen aard zijn. De wijsheid van boven is de practische vroomheid of de door Gods woord en geest gewerkte zedelijkheid. Daartegenover plaatst Jacobus de valsche wijsheid, de natuurlijke egoïstische gezindheid van den slechts door zijne natuurlijke driften en hartstochten geregeerden mensch.

Wat de tegenstelling tusschen de ware en de valsche wijsheid betreft, kunnen wij vergelijken, wat Hermas zegt in Mand. XI: 8 vv. over het onderscheid tusschen den waren en den valschen profeet.

3) Zoo zegt dan ook W. Schmidt, Lehrgeh. S. 82 : „Wie das christliche Leben von ihm nicht gedacht wird ohne das, was in die ftussere Erscheinung iJlllt, so betrachtet er die Sllnde vorzugsweise als bewusste, in der That hervortretende Uberschreitung desgöttlichen Willens, weniger den ihr zu Grunde liegenden Zustand des Menschen."

Sluiten