Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom inneemt. Vooral Pfleiderer l) meende den brief te moeten beschouwen als een product van het practische Katholicisme der tweede eeuw. Maar katholiek is in den brief eigenlijk alleen dit, dat zijn auteur geen onderscheid meer kent tusschen Christenen van Joodsche en van Heidensche afkomst. Allen bezitten zij dezelfde rechten als leden van het nieuwe volk Gods. Wat men verder als een katholiek kenmerk van den brief heeft aangemerkt, nl. »die Abschwachung des Glaubensbegriffes» en de opvatting van het Christendom als van eene nieuwe wet, kan niet bepaald katholiek worden genoemd. Dit zou ook wel uit eene voorkatholieke ontwikkelingsfase van het Christendom afkomstig kunnen zijn. En bepaald in strijd met het katholiek karakter van den brief is het feit, dat onze brief in 't geheel geene leer heeft omtrent het werk en den persoon van Jezus Christus.

Katholiek meenen wij dus het Christendom van onzen brief niet te kunnen noemen. Maar zouden wij het misschien met Brückner, Immer, Hilgenfeld en andere geleerden Esseensch mogen heeten? Ongetwijfeld zijn er wel enkele trekken in den brief op te merken, die ons kunnen doen denken aan het Essenisme 2), maar dezen kunnen o. i. gemakkelijk verklaard worden uit de overeenkomst en de verwantschap, welke er bestaat tusschen het Oudste Christendom in 't algemeen en het Essenisme.

') Urchr.- II, S. 552 u. 553.

') Brückner spreekt van „Christelijk Essenisme." „Der Jakobusbrief ist selbts ein Produkt des christlichen Essaismus" (Die Chronol. Reihenf. S. 291).

Sluiten