Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maning noodig hunne armoede zonder zuchten en morren tegen God (5 : 7 vv.) te dragen in het bewustzijn hunner hooge roeping en bestemming (1 : 9) en met het vooruitzicht op de aanstaande paroesie van God. ') Allen hangen in meerdere of mindere mate aan de wereld en hare goederen, vandaar dan ook zoo weinig vrede, zooveel nijd en afgunst, zoovele onaangenaamheden in den omgang, zooveel kwaadsprekendheid en gemis aan waarachtigheid en oprechtheid. 2)

Behalve door de sociale tegenstelling en de daarmee samenhangende gebreken wordt de broederlijke eenheid nog verstoord door het bestaan van verschillende elkander bestrijdende geloofsrichtingen. Hierop doelt de waarschuwing van onzen schrijver om niet in zoo grooten getale als leeraar op te treden (3 : 1 vv.). Want dat zoovelen zich voor wijs en verstandig houden en met eigenzinnigen, anderen verketterenden ijver hunne eigen meening trachten door te drijven, kan volgens Jacobus slechts leiden tot nijd en partijschap.

Of bij deze, zich tot leeraars opwerpende lieden reeds

') Jacobus is er stellig van overtuigd, dat het oordeel Gods aanstaande is. Met het oog daarop vermag hij zijne lezers te vertroosten en te bemoedigen (5:7—11).

Jj Jacobus wijst er in 4:1 v.v. op, dat God en de wereld, hoewel door Hem geschapen, tegenover elkander staan; dat de liefde tot de wereld de liefde tot God uitsluit en eigenlijk niet wèl is te onderscheiden van overspelige liefde. Vandaar, dat Jacobus zijne lezers kan toespreken als eene uitdrukking, die alleen

te verklaren is uit het O. T., waarin de betrekking tusschen Jahwe en zijn volk veelal wordt voorgesteld onder het beeld van een huwelijk. Dat de Christenen zoo aan het wereldsche hechten, is een gevolg van de zinlijke zijde van hun wezen, de pewaarin hunne lusten en begeerten wortelen en worstelen.

Sluiten