Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Christelijke kerk is bekend geworden. Het Westen had hem b.v. tot ongeveer het midden der 2e eeuw niet in zijne verzameling van heilige geschriften. *)

Dat er in onzen brief veel valt op te merken, dat ons onmiddellijk herinnert aan woorden en uitspraken van Jezus, bewijst volstrekt niet, dat de brief niet geruimen tijd na Jezus' dood kan zijn ontstaan. 2)

Dat de brief gesteld is op naam van JacoJbus, is gemakkelijk genoeg te verklaren. De werkelijke briefschrijver zocht naar eenen naam, die aan zijn werk de noodige autoriteit kon geven en tevens een waarborg kon zijn, dat het Christendom, gelijk het in den brief geteekend werd, werkelijk het echte, onvervalschte, oorspronkelijke Christendom is. Daarvoor scheen hem de naam van Jacobus, den broeder van Jezus, bijzonder te passen. Deze toch had aan het hoofd der oude, arme gemeente te Jeruzalem gestaan, en volgens de overlevering een streng wettisch standpunt ingenomen. Dat onze auteur eenvoudig spreekt van Jacobus, zonder meer, bewijst juist, dat hij den bekenden Jacobus, den Jacobus par excellence, d. i. Jacobus, den broeder des Heeren, heeft bedoeld.

Standpunt en taal van onzen brief verbieden verder zijnen auteur in Palestina, bepaald in Jeruzalem te zoeken. Er is niets in den brief, wat juist aan Palestina zou doen denken.

Maar met even weinig recht liet o. a. Nösselt3) den

') Vgl. Harnack, Das Neue Testament urn das Jhr 200, S. 79. 2) Vgl. Beyschlag, Nt. Theol. I, S. 334.

s) „Coniecturae ad historiam catholicae Jacobi epistolae". Halae

Sluiten