Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brief geschreven zijn in Antiochië en Blom in Alexandrië.

De verhouding, waarin de Jacobusbrief staat tot 1 Petrus, 1 Clemens en vooral tot den Herder van Hermas, maakt het zoo goed als zeker, dat de brief te Rome geschreven is. De toestanden, die onze brief onderstelt, zijn geheel dezelfden als die wij bij Hermas beschreven vinden. Beiden hebben te strijden tegen eene ergerlijke verwereldlijking van het Christendom hunner dagen. Beiden klagen er over, dat zoovelen afvallig worden of hun Christendom verloochenen; beiden betreuren de groote tegenstelling, welke er langzamerhand ontstaan is tusschen de rijke en de arme leden der gemeente; beiden zien groot gevaar in het optreden van valsche leeraars, die de gemeente bepraten. Bovendien veronderstelt evenals 1 Clemens Hermas, — in zijnen oorspronkelijken vorm althans — dat aan het hoofd der uitverkorenen n^fajivTfooi staan, en noemt hij de godsdienstige samenkomsten der gemeente avvaycoytj. Daarbij komt, dat het Christendom van den Jacobusbrief slechts goed is te begrijpen in samenhang en verband met de geloofsrichting, die volgens 1 Petrus, 1 Clemens en Hermas — in hunnen oorspronkelijken vorm — te Rome tot in de 2e eeuw moet geheerscht hebben, en waarvan het eigenaardige

1784. Blom herinnert in zijn „De brief van Jacobus", 1869, aan het bekende feit, dat onder de Lagiden de Joden in grooten getale naar de noordkust van Afrika, bepaald naar Alexandrië trokken om zich daar neer te zetten en handel te drijven. Dat nu onder hen het Christendom spoedig ingang heeft gevonden, is bij het drukke vetkeer tusschen Palestina en Egypte gemakkelijk te begrijpen. Vgl. Eusebius H. E. II, XVI. — Gelijk bekend, is heeft Blom later dit gevoelen prijsgegeven.

Sluiten