Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Napoleon. Wanneer de eigenaren van de mijnen het bezit daarvan hebben, hetzij door particuliere overeenkomsten , het zij ten gevolge van de wetten van het land, dan kan men hun slechts gelijk geven, dat ze zich bezwaard gevoelen over bepalingen, die den mijnondernemer noodzaakt eene vergoeding te betalen aan den eigenaar van de oppervlakte; hen daartoe te dwingen zou aan de wet terugwerkende kracht geven, zou aan iemand die niets eischt het recht geven nu iets te eischen, ten koste van een ander, die zich toch tegenover hem tot niets verbonden heeft.

En aan het einde van de vergadering zeide hij nog het volgende:

Napoleon. Ik herhaal, dat het mijn wensch is om de eigenaren van mijnen gerust te stellen, en met deze bedoeling heb ik gewild, dat men eene redactie vaststelde, waarbij duidelijk verklaard wordt, dat de mijneigendom een eigendom van bijzonderen aard is. Deze définitie was schijnbaar niet nuttig; maar ze had ten doel om uit te drukken, dat men den mijnontginner nooit enkel en alleen als concessionaris te beschouwen had, die eenvoudig bij Keizerlijk besluit kan worden ontzet en beroofd. Juist in tegendeel. Hij mag zijn eigendom op geen andere wijze verliezen, als de eigenaar van een land of een huis het zijne verliest. Daarom zie ik ook niet gaarne, dat men de redenen van vervallen-verklaring der concessie vermenigvuldigt en vooral niet, dat men den mijnontginner slechts veroorlooft om van zijne exploitatie voordeel te trekken onder toezicht en goedkeuring der gouvernements-ingenieurs. Ik wensch ook, dat de ontginners, die reeds mijnen bezitten, niet getroffen zullen worden door terugwerkende bepalingen van de wet. De reeds geconcedeerde mijn behoort niet meer tot den eigendom van den eigenaar der oppervlakte. Dat zijn twee afzonderlijke zaken, die men niet weder vereenigen moet.

Nadat tusschentijds nog verschillende vergaderingen had-

Sluiten