Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoend: die waarbij aan den eigenaar van den bovengrond ook den eigendom van den ondergrond wordt toegeken den die waarbij eene wijziging van dit beginsel wordt vas gesteld, ten opzichte van de algemeenheid der gevolgen, met het oog op de mijnen. Wat het recht .e re om eene uitkeering te vorderen van de opbrengst der mij . dit spruit voort uit de eigenschap van eigenaar der oppe vlakte. Maar tot deze vergoeding beperkt zich dan oo recht van den eigenaar der oppervlakte, zoo spoedig 1 sprake is van exploitatie, en deze restrictie plaatst ons binnen het bereik van de tweede bepaling van het artikel

van den Code Civil. pQofi

Graaf Reönacd de Saint-Jean d'Angkly zeide, dat de Raad

erkent heeft, dat de oppervlakte en de mijn, wanneer ze

beiden in handen zijn van één eigenaar, twee afzonderlijke

eigendommen vormen en wel zoodanig, dat op beiden afzondei -

lijke hypotheken kunnen worden gevestigd; de geldschieter

voor de exploitatie van de mijn zal de voorkeur genieten, )

den schuldeischer, die vóór de opening van de mijn ««grom

tot onderpand had en zelfs dan, wanneer de titel van dezen

schuldeischer ouder mocht zijn dan die van.den eerst ^

Op nieuw werden de artikelen o, 6, 7, 8, 9 en

de sectie voor Binnenlandsche Zaken verwezen.

In de vergadering van 24 Februari 1810 werd d

redactie van het ontwerp aan den Staatsraad aange o

en luidde daarin art. 7 nu als volgt:

\rt 7 II donne la propriete perpetuelle de la mme, laquelle est dès-lors disponible et transmissible comme toutes les autres propriétés, et dont on nepeut être exproprié que dat . les cas et selon les formes prescrites

conformément au Code Civil <*««

Napoleon nam in deze vergadering niet meer hetr over de bepalingen van het ontwerp en gelastte, dat het naar de Wetgevende Vergadering zou worden gezonden. De Commissie uit de Wetgevende Vergadering, die be-

1) De cursief gedrukte woorden waren nieuw.

Sluiten