Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van alle, dan wel van eenige speciaal genoemde, gereserveerde delfstoffen, welke in het in die akte nader omschreven concessie-terrein aanwezig zijn. De akte wordt door den bij de wet aangewezen ambtenaar uitgevaardigd, krachtens de den Staat toekomende politie-hoogheid, en is gelijk te achten met eene van Staatswege uitgevaardigde geboorte-

of huwelijks-akte.

Ditzelfde beginsel is ook in hoofdzaak neergelegd in de Fransche mijnwet van 1810. Inconsequent was men toen, door aan den opspoorder en vinder niet per se het eigendomsrecht over de opgespoorde delfstof toe te kennen. Dit is dan ook de voornaamste fout van die wet en juist in deze richting is al vaak op verbetering aangedrongen. Maai ofschoon bij de wet van 1810 ten onrechte aan de Regeering de bevoegdheid wordt gegeven om den oorspronkelijken concessionaris, den eigenaar van het mijnveld, te kiezen, onder voorwaarde dat deze den vinder schadeloos zal stellen, wanneer die niet als concessionaris wordt erkend, zoo is toch de rechtelijke beteekenis van de uitgevaardigde of. zooals het spraakgebruik het nu eenmaal wil, verleende akte van concessie geen andere dan de hierboven aangegevene.

Heeft men zich zoodoende duidelijk rekenschap gegeven van de rechtelijke beteekenis der akte van concessie. dan blijkt ook hieruit de onjuiste meening van den Minister, als zoude de tusschenkomst van den Staat bij het verleenen der concessie of, beter gezegd, bij het uitvaardigen van de akte van concessie, medebrengen, dat hem een deel van het product der mijn wordt uitgekeerd. Men zou dan even goed kunnen beweren, dat de Staat aanspraak kan maken op een gedeelte van de opbrengst van het werk der Staatsburgers, omdat van Staatswege den betreflenden persoon eene geboorte- of huwelijks-akte

werd uitgereikt.

Wanneer de in Nederland van kracht zijnde mijnwet van 1S10, in art. 35, een cijns vaststelt van ten hoogste 5° 0

Sluiten