Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volg zijn toe te kennen, dat anders de akte van concessie heeft 'te weten (art. 7 en 19 der mijnwet) dat de eigendom van den bovengrond van dien van den ondergrond wordt gescheiden, en de mijn een zelfstandig object van eigendomsrecht wordt."

En in de M. v. A. lezen wij, bij § 2, omtrent dit punt, naai aanleiding van de in het V. V. gemaakte opmerking, dat art. 13 1) van de mijnwet van 1810 niet veroorloofde, dat de Staat aan zich zelf concessie verleende:

De juistheid der opvatting, dat de Mijnwet van lhlü uitsluitend het geval van particuliere exploitatie erkent meent de ondergeteekende, aan de hand van gezaghebbende schrijvers, te mogen betwisten. Zoo zegt bijv. De ^ööz. Points fondamentaux de la législation de mines, mimères et carrières: „Rien ne s'oppose k ce que le Gouvernement, agissant comme personne politique, accorde concession au domaine del'Etat, c'est-a-dire, au Gouvernement lui-meme, agissant comme personne privée. Les mines sont concessibles a 1'Etat, aux pro vinces, aux communes, aux etablissements

publics... (t. a. p. bladz. 156). . . ,

Met het al of niet vervullen van die door den Minister gewraakte formaliteit staat of valt nochtans de geheele mijnwet van 1810; ze is daarop gebouwd.

En daarbij blijkt ook, dat de Minister toonde de autoriteit, die hij tot verdediging zijner stelling aanhaalde, me

te begrijpen. . ,

De Fooz zegt toch zeer juist: „mets verhindert, dat

Regeering, als publiek persoon, aan het domein van den

Staat concessie verleent, dat wil dus zeggen aan de Regeering

zelve handelende als privaat persoon. Mijnconcessies kunnen

verleend worden aan den Staat, aan de provincies, aan de

gemeenten, aan publieke inrichtingen ...

1) Art. 13. Tont Francais, on tont étranger naturalisé ou 11011 en France, agissant isolément ou en société, a le droit de demander et peut obtenir s'il y a lieu une concession de mines.

Sluiten