Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat niemand van zijn eigendom 1) kan worden ontzet dan ten algemeenen nutte en tegen vooraf genoten of verzekerde schadeloosstelling. Ook op grond van dat artikel is dus liet bepaalde bij deze wet in strijd met de Grondwet.

Toen de Minister, bij de behandeling van het ontwerp in de Tweede Kamer, voor het eerst het woord voerde, stelde hij op den voorgrond, dat het zijne bedoeling was om alle recht en billijkheid te doen gelden. Hij zou zijnerzijds stellig niet willen medewerken tot het tot stand brengen van eene wet, die, hoe nuttig ze ook geoordeeld werd vooi ons land, de rechten van anderen schond, zelfs dan niet, wanneer er geen sprake was van verkorting van rechten, doch slechts eene onbillijkheid werd begaan jegens anderen. De Staat moest zich daarvoor behoeden, vooral wanneer hij, zooals nu, zich zelve een mijnveld toekende en rechter

werd in eigen zaak.

Hij stelde dus de vraag: w Is het uit het oogpunt van recht en billijkheid mogelijk, dat wij handelen zooals thans wordt voorgesteld? Wij moeten, om die vraag te beantwoorden, in beschouwingen treden over die wet van 1810, want door die wet ivordt de geheele zaak beheerscht. 2)

En nu geeft de Minister de volgende onjuiste beschouwing:

., In de eerste plaats valt op te merken, dat deze wet alleen kent concessiën voor exploitatie, maar niet vergunning voor exploratie, voor onderzoek. Het instellen van onderzoekingen is volkomen vrij. Hierdoor onderscheidt zich

1) Het den ontdekker bij de wet toegekende recht op schadevergoeding is toch wel zijn eigendom. De rechter moge zich m dit geval incompetent verklaren, om het bedrag der schadevergoeding vast te stellen. hij zal dit toch wel niet doen ten opzichte van eene eenvoudige wets-interpretatie. Hij zal de Regeering er op kunnen wijzen, dat wanneer de wetgever, in de veronderstelling dat zi) onpartijdig te werk zou gaan. haar de bevoegdheid toekende om den concessionaris te kiezen en de verschuldigde schadevergoeding vast te stellen, wanneer aan den ontdekker de concessie niet verleend wordt, het niet aangaat, om dan zich zelve tot concessionaris te kiezen en te zeggen: nu stel ik de volgens art. 10 verschuldigde schadevergoeding vast op niets.

2) Door mij gecursiveerd.

Sluiten