Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tracht te vormen, maakt het een pijnlijken indrukte zien, hoe de Minister nu tracht uit te leggen, dat de ondernemers van geslaagde boringen, en die zich als ontdekkers hebben aangemeld, eigenlijk die kwaliteit niet bezitten en dat de betaling eener vergoeding voor winstderving uitgesloten is. Ten bewijze van dit laatste geeft hij eene eigene explicatie van de artikelen 16 en 46 van de mijnwet, eene explicatie die men niet zou kunnen beamen en die ook in strijd is met hetgeen wij op pag. 50 als de opinie van erkende mijnrechtsgeleerden hebben aangevoerd. De Minister maakte er den heer de Ras, die in dit opzicht het gelijkluidend oordeel van Achenbach had voorgelezen, een verwijt van, dat hij in zijn citaat juist daar eindigde, waar voor 's Ministers betoog het beste argument wordt geleverd. Achenbach had n.1. gezegd, dat meestal de op grond van art. 16 betaalde schadevergoedingen gering waren geweest 1), omdat slechts in zeldzame gevallen reeds bij het verleenen van concessie do beteekenis van de ontdekking vol oen e beoordeeld kan worden. Bury en Dupont hadden voorbeelden aangehaald van sommen, die varieerden van 400—40,000 francs. En dan zegt de Minister woordelijk: „Waar Düpont gewaagt van sommen van 400 tot 40,000 francs, daar spreekt het vanzelf, dat alle gedachte aan schadeloosstelling voor de waarde van de mijn geheel is uitgesloten. In zoodanig geval toch zou men komen tot vrij wat hoogere

1) De te betalen schadevergoeding moet natuurlijk beoordeeld en vastgesteld worden overeenkomstig het concrete geval. By erl,-afzettingen b.v. moeten eerst vrij belangrijke onderaardsche werken aangelegd worden, alvorens men zich een beslist oordeel kan vormen omtrent de werkeliike waarde der afzetting, en wanneer deze ei niet zijn, dan moet zulks van grooten invloed wezen by het vaststellen der verschuldigde schadevergoeding. Bij steenzout- en steenkoo afzettingen gaat dit met minder bezwaar gepaard, vooral wanneei nien, zooals hier, beschikken kan over de resultaten van een uiui a creslaagde boringen, en het onderling verband van die op verschillen, e punten van het terrein voorgenomen boringen, in aanmerking k.in

nemen.

Sluiten