Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paling van artikel 25, personen, die de woning op dien dag niet bewoonden, daarin geen intrek nemen, met uitzondering van de leden van het gezin, dat daarin sedert dien dag gevestigd is gebleven.

9. Artikel 2, vierde lid, is ten aanzien van het bepaalde in het voorgaand lid van toepassing.

Artikel 19.

1. Indien aan een advies der gezondheidscommissie tot onbewoonbaarverklaring binnen drie maanden na dagteekening van dat advies geen gevolg is gegeven door den gemeenteraad, kunnen de commissie en in de gevallen, bij artikel 12 omschreven, eveneens zij, die het bezwaarschrift hebben ingediend, bij Gedeputeerde Staten gedurende zes weken voorziening vragen.

2. Voorziening bij Gedeputeerde Staten kan ook worden gevraagd door de commissie en in de gevallen, bij artikel 12 omschreven, mede door hen, die het bezwaarschrift hebben ingediend, indien de verklaring, bedoeld bij het tweede lid van het voorgaand artikel, niet binnen twee maanden na het verstrijken van den voor het aanbrengen van verbeteringen gestelden termijn is uitgesproken.

3. Binnen dertig dagen na dagteekening van het besluit tot onbewoonbaarverklaring, kan bij Gedeputeerde Staten voorziening worden gevraagd door den bewoner, hoofd van het gezin of afzonderlijk levend persoon en door den eigenaar der woning of dengene, die bevoegd is de woning alsnog in bewoonbaren staat te brengen.

4. Gedeputeerde Staten beslissen, den inspecteur gehoord, binnen zes weken na den dag, waarop de voorziening is gevraagd.

5. Hangende de termijnen tot en de behandeling van de voorziening blijft het besluit tot onbewoonbaarverklaring buiten werking.

6. Wordt door Ons het besluit van Gedeputeerde Staten vernietigd, dan doen deze opnieuw uitspraak met inachtneming van Onze beslissing.

Artikel 20.

1. Bij besluit van Burgemeester en Wethouders wordt onverwijlde ontruiming van eene onbewoonbaar verklaarde woning gelast, ingeval na verloop van den volgens artikel 18 gestelden termijn de bewoning voortduurt of, in strijd met het bepaalde bij het achtste lid van dat artikel, opnieuw aanvangt.

2. Tevens kan bij gebleken noodzakelijkheid door hen tot sluiting, voor zoolang noodig, worden overgegaan.

Sluiten