Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 21.

De ontruiming en de sluiting geschieden op vertoon van den daartoe strekkenden last, in tegenwoordigheid hetzij van den kantonrechter, hetzij van den burgemeester of tenen wethouder der gemeente, hetzij van een commissaris van politie.

Artikel 22.

Indien eene onbewoonbaar verklaarde woning na verloop van den voor ontruiming gestelden termijn blijkt gevaar of overwegenden hinder te veroorzaken voor de bewoning van andere woningen, besluiten Burgemeester en Wethouders, de gezondheidscommissie gehoord, tot afbraak van het gebouw, of van het gedeelte van het gebouw, waarin zich die woning bevindt, of wel tot andere maatregelen, waardoor het gevaar of de hinder worden weggenomen.

Artikel 23.

Van het bevel tot sluiting alsmede van elk besluit, bedoeld in het voorgaande artikel, wordt onverwijld kennis gegeven aan den eigenaar der woning of aan dengene, die bevoegd is de woning alsnog in bewoonbaren staat te brengen.

Artikel 24.

In geval van afbraak worden de bouwmaterialen in het openbaar verkocht en wordt de opbrengst na aftrek der kosten van afbraak en verkoop den rechthebbende ter hand gesteld.

Artikel 25.

1. Opheffing der onbewoonbaarverklaring kan, mits voldoende blijkt dat de woning alsnog in bewoonbaren staat is gebracht, geschieden bij besluit van den gemeenteraad, de gezondheidscommissie gehoord; in geval de onbewoonbaarverklaring niet is uitgesproken door den gemeenteraad, bij besluit van Gedeputeerde Staten, den inspecteur gehoord.

2. Bij opheffing der onbewoonbaarverklaring wordt het kenteeken, in artikel 18 bedoeld, verwijderd.

§ 5. Onteigening.

Artikel 26.

I.

Aan de wet van den '28 Augustus 1851 (Staatsblad n°. 125) laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 April 1886 (Staatsblad n°. 64)

Sluiten