Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt toegevoegd een IVde Titel „Over onteigening in het belang der volkshuisvesting."

Deze Titel bevat de volgende bepalingen:

Artikel 77.

Zonder voorafgaande verklaring bij de wet, dat het algemeen nut de onteigening vordert, kan in het belang der volkshuisvesting onteigening plaats vinden:

1°. ter ontruiming van oppervlakten, waarop ten gevolge van gebrekkigen toevoer van licht of lucht of gemis van andere voor bewoonbaarheid noodzakelijke vereischten in verband met den onderlingen zamenhang of met de ligging der gebouwen, afdoende verbetering der woningen langs anderen weg bezwaarlijk uitvoerbaar is;

2°. ter verwijdering van één of meer woningen, waarvan afdoende verbetering in verband met hare ligging, onderling of ten opzigte vau andere woningen of perceelen, bezwaarlijk uitvoerbaar is;

3fl. ter verwijdering van één of meer woningen of perceelen, die, al of niet geschikt ter bewoning of niet ter bewoning bestemd, beletten, dat aangrenzende of nabijgelegen woningen in bewoonbaren staat kunnen worden gebragt;

4°. ter verkrijging van de beschikking over ongebouwde of gebouwde eigendommen, ten einde uitvoering te kunnen geven aan een in het belang der volkshuisvesting vastgesteld bouwplan of aan een plan van uitbreiding, vastgesteld in verband met § 6 der Woningwet.

In de genoemde gevallen geschiedt de onteigening overeenkomstig de volgende artikelen.

Artikel 78.

De onteigening geschiedt ten name der gemeente of van vereenigingen, vennootschappen of stichtingen, uitsluitend in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam en als zoodanig, door Ons, Gedeputeerde Staten gehoord, toegelaten.

De vereischten voor toelating worden nader bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld.

Sluiten