Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij onder de leiding der hoofdinspecteurs. De hoofdinspecteurs hebben onder meer tot taak de Regeering, den centralen gezondheidsraad, Gedeputeerde Staten of den Commissaris der Koningin, den Raad of het College van Burgemeester en Wethouders in de gemeenten in hun ambtsgebied gelegen, desgevraagd van bericht en raad te dienen in alle zaken de volksgezondheid betreffende. Zij overwegen alle klachten, ter zake van benadeeling der volksgezondheid tot hen gekomen en vestigen de aandacht van den centralen gezondheidsraad of van het bestuur van eene in hun ambtsgebied gelegen provincie of gemeente op maatregelen, die naar hun oordeel van overheidswege zijn te nemen in het belang der volksgezondheid. De taak der Inspecteurs wordt op soortgelijke wijze omschreven als die der Hoofdinspecteurs, onder wier leiding de Inspecteurs zijn gesteld. Het is de bedoeling, dat de hoofdinspecteurs, die tevens leden zijn van den centralen gezondheidsraad, met administratieve werkzaamheden worden belast en met de algemeene leiding der zaken, terwijl zij de verbinding vormen tusschen de gezondheidscommissiën en de inspecteurs eenerzijds en den centralen gezondheidsraad anderzijds. De inspecteurs zullen daarentegen een speciaal onderdeel van de volksgezondheid als hun arbeidsveld zien aangewezen.

Als waarschijnlijk aantal inspecteurs werd in het Verslag over de Gezondheidswet door de Regeering genoemd een twaalftal, waarvan zes voor de uitvoering der Woningwet.

Het is duidelijk, dat de centrale gezondheidsraad en het corps Inspecteurs een grooten invloed zullen uitoefenen op de tot stand koming en de inrichting der gemeentelijke woningverordeningen en in het algemeen op de gedragingen der gemeentebesturen ten opzichte van de zorg voor de volkshuisvesting.

§ 2. De tweede paragraaf bevat bepalingen over de aangiften, welke door verhuurders van woningen, bestaande uit drie of minder woonvertrekken, aan het gemeentebestuur gedaan moeten worden omtrent het aantal bewoners, dat in die woningen gehuisvest is, alsmede over de aangiften betreffende kostgangers. Het geldt hier den juisten toestand te leeren kennen omtrent de overbevolking, het groote kwaad, dat zich overal vertoont en een verderfelijken invloed op de volkshuisvesting heeft. Niettegenstaande alle pogingen, om door aanbouw van nieuwe en verbetering van oude woningen in den toestand voorziening aan te brengen, zullen deze ontoereikend blijven, zoolang het samenhokken van vele personen in bekrompen ruimten geoorloofd

Sluiten