Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezamenlijk niet meer dan 40.000 inwoners hebbende. Ook kan, wegens bizondere omstandigheden, in en voor ééne speciale gemeente beneden de 18.000 inwoners eene gezondheidscommissie worden ingesteld.

Eene gezondheidscommissie bestaat uit ten minste vijf leden, die door den Commissaris in de provincie worden benoemd op voordracht van den centralen gezondheidsraad, die vooraf Burgemeester en Wethouders der betrokken gemeente of gemeenten in de gelegenheid stelt hem eene aanbeveling te doen toekomen. Elke gezondheidscommissie wordt bijgestaan door een Secretaris, die een vaste toelage geniet.

De taak der gezondheidscommissiën wordt in artikel 27 deiGezondheidswet omschreven. (Vergelijk den tekst dier wet in de bijlage).

Aan de gezondheidscommissiën wordt door de Woningwet eene belangrijke taak opgedragen. Rekening moest echter worden gehouden met de omstandigheid, dat in enkele grootere gemeenten van ons land reeds eene organisatie van gemeentewege in het leven is geroepen, om te waken voor de volksgezondheid en speciaal voor het woningtoezicht. Zoo bezit Amsterdam b. v. eene gemeentelijke gezondheidscommissie, een gemeentelijken gezondheidsdienst en een gemeentelijken Bouw-en Woningdienst. Volgens artikel 29 der Gezondheidswet zal nu, op verzoek van den raad eener gemeente, waarin eene van gemeentewege behoorlijk ingerichte commissie voor het toezicht op de volksgezondheid of voor een of meer bijzondere takken van gezondheidszorg bestaat, die commissie voor het toezicht op de volksgezondheid in zijn geheelen omvang of voor een of meer bijzondere takken van gezondheidszorg, in de plaats van eene volgens de Gezondheidswet in te stellen gezondheidscommissie kunnen treden. In dat geval rusten op die commissie de verplichtingen en de bevoegdheden, die volgens de Gezondheidswet zelve en volgens de wetten en verordeningen, in artikel 1 dier wet genoemd, aan de gezondheidscommissiën zijn opgelegd. Het is dus niet een gemeentelijke gezondheidsdienst, welke in de plaats kan treden van de volgens de wet in te stellen gezondheidscommissie. Dit zou ook bezwaarlijk zijn, daar in dit geval de Directeur van den dienst, volgens de artikelen 17 en 19 der Woningwet, belast zou moeten worden met het vragen van voorziening bij hooger bestuur, ingeval door B. en W. of den Raad geen gevolg wordt gegeven aan een ingevolge die artikelen uitgebracht advies van dien Directeur, die dan dus in oppositie zou komen tegen de autoriteiten, onder

Sluiten