Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het in het artikel genoemde tijdperk van twaalf maanden het geheele complex ware verkocht. De prijs van ongebouwde eigendommen van gelijke kwaliteit en ligging zal derhalve juist in dezelfde verhouding staan tot den gezamenlijken prijs, als de grootte van ieder perceel tot de gezamenlijke grootte der in de onteigening begrepen goederen. Bij de schatting zal echter, behalve met algemeene omstandigheden, die het aannemen van hooge of lage prijzen motiveeren, evenals bij iedere schatting, rekening moeten gehouden worden met de bijzondere eigenschappen der bijzondere perceelen, zooals b.v. de kwaliteit van den grond of de gunstige ligging. Juist daarom wordt in het artikel gesproken van de waarde, die de goederen elk in het bijzonder hadden kunnen opbrengen.

Voor de juiste en billijke schatting der bouwterreinen bij onteigeningen ten behoeve der volkshuisvesting is het van veel belang, dat de ontworpen redactie behouden is gebleven, en dat daarover door de gevoerde beraadslagingen zulk een helder licht is opgegaan.

S 6. In de zesde paragraaf worden voorschriften gegeven, welke beoogen in tweeledig opzicht doelmatige uitbreiding va» de bebouwde kom eener gemeente mogelijk te maken of te bevorderen.

Bij Koninklijk Besluit van 8 April 1889 (Stbl. n°. 86) werd eene verordening vernietigd, door den raad van Nieuwer-Amstel vastgesteld, waarbij werd verboden getimmerten van welken aard ook te bouwen of eenig bedrijf uit te oefenen op geprojecteerde wegen. Eveneens werd bij Koninklijk Besluit van 10 April 1898 (Stbl. n°. 73) vernietigd eene verordening van den raad van Utrecht, waarbij werd verboden een gebouw te stellen of te herbouwen op grond, welke bij besluit van den gemeenteraad voor den aanleg van een straat of plein bestemd is, en bij Koninklijk Besluit van 6 October 1894 (Stbl. n°. 161) een besluit van den raad der gemeente 's Gravenhage tot aanwijzing van terreinen, om voor openbare straat te worden bestemd. In de motiveering dier Koninklijke Besluiten wordt gezegd, dat een verbod om te bouwen op gronden, die nog geen wegen zijn, maar slechts eens waarschijnlijk wegen zullen worden en nog toebehooren aan bijzondere personen en tot bijzonder gebruik bestemd zijn, niet betreft de huishouding der gemeente, noch het belang der openbare orde, zedelijkheid of gezondheid, zoodat de gemeenteraad door eene dergelijke beperking van het eigendomsrecht de grenzen zijner wettelijke bevoegdheid had overschreden.

In de Memorie van Toelichting werd betoogd, dat de uitlegging,

Sluiten