Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. In het tweede lid wordt, in tegenstelling tot het eerste lid, de bevoegdheid aan Gedeputeerde Staten geschonken, om vrijstelling te verleenen, niet alleen ten aanzien van enkele punten, maar in liet algemeen van de verplichting tot vaststelling eenerbewoningsverordening. Op grond van die dispensatie zal dus gedurende den bepaalden tijd eene bewoningsverordening geheel achterwege kunnen blijven.

4. Het recht van Gedeputeerde Staten, om vrijstelling te verleenen, hangt samen met het hun bij artikel 7 toegekende recht van goedkeuring der voorschriften.

Bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer werd een amendement aangenomen van de heeren van Koi., c. s., om een artikel 7bis op te nemen, luidende : „De bepalingen van artikel 7, vierde en vijfde lid, zijn mede van toepassing op de besluiten door Gedeputeerde Staten ingevolge art. 4 genomen". Blijkens de toelichting was de strekking van het amendement, om een waarborg te geven tegen lichtvaardigheid in het verleenen van dispensatie, en niet om hooger gezag eene weigering van gevraagde dispensatie te laten beoordeelen. (H. II blz. 1271 en 1298). Bij de tweede lezing werd art. 7bis overgebracht naar artikel 4 en de volledige tekst van het vierde en vijtde lid aangebracht, waarin de woorden „buiten het geval van voorziening bedoeld in het derde lid", die in art. 7 voorkomen, uit den aard der zaak zijn vervallen. Aangezien in artikel 4, 4e lid sprake is van „beslissing" evenals in artikel 7, waar het is een besluit tot al ot niet goedkeui'ing, is de bepaling van art. 4 zóó op te vatten, dat ook indien Ged. Staten dispensatie weigeren, van die beslissing mededeeling moet worden gedaan. Het raadsbesluit, dat wordt overgelegd, zal niet anders kunnen zijn dan het besluit om dispensatie aan te vragen.

Recht van hooger beroep, dat aan het gemeentebestuur bij artikel 7 is toegekend, is in artikel 4 niet verleend.

5. centrale gezondheidsraad, 4e lid. Vergelijk het algemeen overzicht blz. 45 en de bijlage.

6. De artikelen 166 en 169—173 der Provinciale Wet, in het zesde lid aangehaald, hebben betrekking op het recht der Kroon tot schorsing en vernietiging van de besluiten van Gedeputeerde Staten wegens strijd met de wetten of het algemeen belang. Die bevoegdheid blijft derhalve bestaan, onafhankelijk van de regeling, in het 4e en 5e lid van artikel 4 der Woningwet vervat.

Sluiten