Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Verslag M. blz. 17). De Raad kan evenwel het recht van dispensatie aan zich houden en het uiet aan B. en \V. verleenen.

Het geval kan zich voordoen, dat geen afzonderlijk verzoek om dispensatie van een artikel der Politieverordening wordt ingediend, maar dat eene bouwvergunning wordt verzocht, met overlegging van een bouwplan, dat op een enkel punt eene afwijking van de verordening bevat, zoodat de vergunning niet kan worden verleend zonder die dispensatie. Wordt nu door B. en W. op die aanvrage afwijzend beschikt, op verschillende gronden, o. a. ook omdat zij geen termen tot dispensatie aanwezig achten, dan zal de aanvrager volgens de bepaling van artikel 5, vierde lid, het recht hebben in hooger beroep te gaan bij den Raad. Voorzooverre dat beroep echter gericht mocht zijn tegen het weigeren der dispensatie, zal het niet-ontvankelijk zijn, aangezien artikel 6 te dezen aanzien geen recht van beroep heeft verleend.

De nadere eischen, door B. en W. gesteld, kunnen een algemeen karakter dragen, geldende voor alle gebouwen, of voor sommige categorieën daarvan. Toch zal in ieder speciaal geval van toepassing der nadere eischen, beroep op den Raad zijn toegelaten.

De Raad zal hebben te beslissen, of de nadere eischen, door B. en W. vastgesteld, aan de verordening en aan de billijkheid beantwoorden. Zoowel de vraag, of B. en W. tot het stellen der opgelegde eischen bevoegd waren, als de vraag, in hoeverre wijziging van die eischen wenschelijk is, kan den Raad worden voorgelegd. (Verslag M. blz. 17). Hieruit volgt, dat, indien het beroep gegrond wordt geacht in een geval, dat zich in den regel bij soortgelijke aanvragen om bouwvergunning voordoet, B. en W. hierdoor zijdelings verplicht zullen worden, tot wijziging der nadere eischen over te gaan.

Artikel 7.

1. De besluiten tot vaststelling, aanvulling, wijziging of intrekking van de in artikel 1 bedoelde voorschriften zijn aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten aan wie zij binnen tweemaal 24 uren na de vaststelling worden toegezonden onderworpen. De goedkeuring betreft, zoo zij aan eene verordening in haar geheel wordt verleend, alleen die voorschriften, welke aan goedkeuring onderworpen zijn. De artikelen 196 en 197 der Gemeentewet zijn ten deze van toepassing, met dien verstande, dat de daar genoemde termijn wordt gesteld op twee maanden.

2. Alvorens te beslissen winnen Gedeputeerde Staten het advies van den inspecteur in.

6

Sluiten