Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. De besluiten, door Gedeputeerde Staten ingevolge het tweede en derde lid vastgesteld, zijn aan Onze goedkeuring onderworpen.

5. Bij de toezending van de vastgestelde en door Ons goedgekeurde voorschriften leggen Gedeputeerde Staten aan den gemeenteraad over het advies van den inspecteur, alsmede het ontwerp van Burgemeester en Wethouders, indien dit binnen den gestelden termijn is ingekomen.

6. De door Ons goedgekeurde voorschriften worden door Burgemeester en Wethouders binnen veertien dagen, nadat zij die van Gedeputeerde Staten hebben ontvangen, afgekondigd, met inachtneming van het bij algemeenen maatregel van bestuur vastgestelde formulier. De artikelen 172, 174, 175, eerste lid, en 176 der Gemeentewet zijn ten deze van toepassing.

7. De gemeenteraad is bevoegd de door Gedeputeerde Staten vastgestelde voorschriften aan te vullen, te wijzigen of in te trekken. De bepalingen van artikel 7 zijn daarbij van toepassing.

8. Zijn Gedeputeerde Staten, den inspecteur gehoord, van oordeel, dat aanvulling, wijziging of intrekking van voorschriften, als bedoeld in artikel 1, noodzakelijk is, zoo noodigen zij, met overlegging van het advies van den inspecteur, den gemeenteraad uit tot die aanvulling, wijziging of intrekking over te gaan.

9. Voor zoover medewerking hiertoe door den raad wordt geweigerd kunnen Gedeputeerde Staten, Burgemeester en Wethouders gehoord, na verloop van zes maanden sedert de in het voorgaande lid vermelde uitnoodiging, met Onze goedkeuring die voorschriften aanvullen, wijzigen of intrekken.

1. De bevoegdheid, aan Gedeputeerde Staten verleend, om zoo noodig de gemeentebesturen te dwingen voorschriften te maken, vloeit voort uit het beginsel der Woningwet, dat de voorschriften strekken ter uitvoering van de Rijkswet, ter behartiging dus van de volkshuisvesting als rijksbelang. Verg. het algem. overzicht blz. 36 — 39 en 41 — 43.

2. In het O. O. was in het eerste lid bepaald, dat Gedeputeerde Staten, indien het gemeentebestuur stilzit, zonder verdere tusschenkomst van dat bestuur,rechtstreeks zouden overgaan tot de vaststelling der vereischte voorschriften. Ter tegemoetkoming aan het bezwaar, dat bij deze regeling niet genoegzaam zou worden gelet op plaatselijke belangen en toestanden, werd in het G. O. bepaald, dat B. en W. in zoodanig geval eerst zouden worden uitgenoodigd een ontwerp in te

Sluiten