Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De eerste aangiften geschieden binnen den door het gemeentebestuur vastgestelden termijn, uiterlijk twee jaren na het in werking treden dezer wet.

4. Verhuurders, in het eerste lid vermeld, zijn voorts verplicht nieuwe aangifte te doen binnen eene maand nadat de woning door een nieuwen huurder is betrokken tenzij deze inmiddels de bewoning heeft gestaakt.

5. Binnen vier jaren na het in werking treden dezer wet wordt bij algemeenen maatregel van bestuur, volgens daarbij vast te stellen regelen, met betrekking tot kostgangers en daarmede gelijkgestelden verplichting tot aangifte opgelegd aan hen, bij wie bedoelde personen inwonen.

6. De modellen voor de aangiften worden vastgesteld door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken.

7. De formulieren van aangifte worden ter gemeente-secretarie kosteloos verkrijgbaar gesteld.

8. Geene andere formulieren dan bedoeld in het voorgaand lid mogen worden gebezigd.

!•. Bij algemeenen maatregel van bestuur worden nadere voorschriften vastgesteld betreffende de inrichting van registers van aangifte.

I. ter bewoning bestemde vertrekken. In het Verslag (V. blz. 20) werden verschillende inlichtingen gevraagd over de beteekenis dezer woorden. De Minister antwoordde hierop het volgende (Verslag M. blz. 21): „Wat als een woonvertrek is te beschouwen „hangt, voorzoover betreft de vraag, of al dan niet overbevolking „heerscht, van feitelijke omstandigheden af. Vertoeven een of meer „bewoners een groot deel van den dag in de keuken, zoo is deze „tevens woonvertrek. Eene afzonderlijke slaapplaats, als een zolder, „tot slaapplaats ingericht of wel een alkoof, zal meestal als vertrek „zijn aan te merken. Daarentegen splitst plaatsing van een schot „een kamer niet in twee vertrekken. Wordt een vertrek, hetwelk .aanvankelijk door den verhuurder niet tot bewoning maar bij voordbeeld tot bergplaats ingericht was, feitelijk tot bewoning gebezigd, „dan blijkt het a posteriori te wezen een ter bewoning bestemd ver„trek. Aan den anderen kant moeten woonvertrekken, die toevallig „tijdelijk buiten gebruik zijn, maar niettemin ter bewoning zijn bestemd, medetellen.

Sluiten