Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bij eventueele beslissing' van de vraag, ot overtreding; van de .gestelde voorschriften valt te constateeren, zullen al deze omstandigheden in aanmerking dienen te worden genomen. Voor den ver.huurder intnsschen doen zi.j niet ter zake. \ oor de aangifte komt .het alleen aan op het aantal volgens de inrichting der woning voor „bewoning bestemde vertrekken. Op de feitelijke wijze van bewoning „kan niet voortdurend door den verhuurder toezicht worden gehouden , De verschillende omstandigheden, hierboven vermeld, hebben derhalve alleen beteekenis bij de toepassing van eene bewoningsverordening, niet bij de toepassing van artikel 9 der wet. Intusschen zal het raadzaam zijn bij die toepassing vast te houden aan de bestemming volgens de inrichting der woning. Er zal een natuurlijk streven merkbaar zijn bij verhuurders, om, indien er inderdaad slechts drie ter bewoning bestemde vertrekken zijn, het te doen voorkomen, alsof nog een of ander klein vertrek eveneens die bestemming heeft, teneinde aldus aan de bepaling te ontkomen.

2. De wetgever heeft de bepaling niet verder willen uitstrekken dan tot de woningen met drie ter bewoning bestemde vertrekken, hen amendement der heeren vax Kol c. s., om de bepaling der wet over meer woningen uit te breiden door het woord ,,drie ot minder te vervangen door „vier of minder" werd verworpen ('H. II blz. 1310). Ingevolge artikel 45 zal echter bij plaatselijke verordening de verplichting tot aangifte ook kunnen worden opgelegd aan verhuurders van woningen met meer dan drie ter bewoning bestemde vertrekken.

3. De woorden „hetzij voor zich zeiven hetzij in eenige hoedanigheid" in het tweede lid zijn door overneming van een amendementyas Styrl.m, analoog aan dat bij art. 5, 1*' lid sub l>, in de plaats gesteld voor de uitdrukking in liet G. O. „hetzij voor zich zeiven hetzij als gemachtigden", teneinde door dezen ruimen term alle gevallen te omvatten, waarin iemand als eigenaar of erfpachter ot als voogd, curator, enz. enz. een woning verhuurt. (H. 11 blz. 1307*.

3. In het derde lid is een termijn van twee jaren gesteld, opdat de bekendheid met de opgelegde verplichting bij het publiek kunne doordringen en de inrichting der registers met zorg worde overwogen. Ingevolge het!)" lid zullen bij algemeenen maatregel van bestuur nadere voorschriften worden vastgesteld betreffende deze registers.

4. De verhuurder is niet verplicht van alle wisselingen in liet aantal bewoners aangifte te doen. Zijne verplichting bepaalt zich tot het doen van aaugifte bij elke nieuwe verhuring, binnen een maand, nadat de woning door een nieuwen huurder is betrokken, tenzij de

Sluiten