Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk bepaalt: „Wanneer de bij het vonnis bepaalde schadevergoeding meer bedraagt dan het gedane aanbod, wordt de onteigenende partij, en in de overige gevallen de verweerder, in de kosten veroordeeld". Tegen het ontworpen artikel 96 werd bij het afdeelingsonderzoek bezwaar gemaakt, en ook de Commissie van Voorbereiding verklaarde van meening te zijn, dat voor afwijking van den bij artikel 50 gestelden regel geen dringende reden bestond. (Verslag V. en M. O. blz. .36). De Regeering antwoordde hierop, dat volgens de Onteigeningswet de onteigenaar verplicht is, vóór de dagvaarding onderhandelingen aan te knoopen. Indien deze verplichting verviel, zou de onteigende dus geplaatst kunnen worden voor een aanbod, dat hij niet bestrijdt. De Regeering verklaarde zich evenwel bereid artikel 96 van het O. O. te doen vervallen, doch schrapte toen tevens in artikel 88 de woorden „en dat voorafgaande poging om bij minnelijke overeenkomst den eigendom te verkrijgen, niet wordt vereischt". Hierop werd artikel 50 opgenomen onder de artikelen, die in artikel 88 worden aangehaald. Ten aanzien van deze processueele punten is dus ten slotte de regeling der Onteigeningswet behouden gebleven.

Onder de aangehaalde artikelen staat thans, door overneming van een amendement van den heer van Raalte, artikel 40. Vergelijk over de regeling der schadeloosstelling, waarmede dit amendement in verband stond, het algemeene overzicht blz. 53 tot 56. Artikel 40 bepaalt: „Alleen de werkelijke waarde der goederen, niet de denkbeeldige, welke zij uitsluitend voor den persoon des eigenaars hebben, komt in aanmerking".

De tot het hoofdstuk over het geding tot onteigening behoorende, doch hier niet geciteerde artikelen '23, '25 en 39 der Onteigeningswet zijn respectievelijk vervangen door de artikelen 89, 90 en 91, terwijl in de plaats van het derde en vierde lid van artikel 42 Onteigeningswet artikel 95 is getreden.

Artikel 89.

Ten minste drie dagen vóór de verschijning legt de onteigenende partij tot staving van haren eisch ter griffie van de regtbank over

a. indien de gemeenteraad tot onteigening heeft besloten:

1°. het raadsbesluit, waarbij de te onteigenen perceelen worden aangewezen;

2°. Ons besluit tot goedkeuring daarvan;

3°. een door het hoofd van het gemeentebestuur afgegeven bewijs, dat de artikelen 80 en 84 zijn nageleefd;

8

Sluiten