Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het algemeen voordeel zou opleveren boven behoud der vastgestelde schadevergoeding, dan moest, naar het oordeel der Regeering, worden toegegeven, dat dit voordeel ook in anderen vorm mag worden toegedacht, waar terugvordering zelve meestentijds nadeel zoude berokkenen. (Verslag M. blz. 33 en 37).

In de Memorie van Toelichting werd nog als een voordeel deibepaling aangevoerd, dat zij het effect zal hebben, dat onteigeningen ten behoeve der volkshuisvesting door gemeentebesturen en vereenigingen niet lichtvaardig zullen worden ondernomen, doch dat deze, alvorens particuliere belangen te treffen, zich bij voorbaat zullen verzekeren, dat het te ondernemen werk zal slagen.

2. In het O. O. kwamen de slotwoorden „en dat de daar genoemde termijnen van één jaar worden gesteld op tien jaren" niet voor. In het Verslag werd er op gewezen, dat termijnen van één jaar te kort zijn bij toepassing van artikel 61 op onteigening ten behoeve van stadsuitbreiding. Een uitbreidingsplan moet voor een reeks van jaren kunnen gelden en men kan dus niet verlangen, dat met den aanleg van de geprojecteerde straten onverwijld zal worden begonnen, noch dat deze zoo geregeld zal worden voortgezet, als artikel 61 der Onteigeningswet ten aanzien van de uitvoering van publieke werken te recht vordert. Ten opzichte van woningbouw kan hetzelfde gelden. Het is er hier in de eerste plaats om te doen, om der onteigenende partij den eigendom van gronden te verschaffen, ten einde geleidelijk en naar gelang van omstandigheden den aanbouw van woningen of den uitleg van de bebouwde kom te kunnen bevorderen. De Regeering erkende de juistheid dezer opmerking en bepaalde in het G. O. de termijnen eerst op 5, later op 10 jaren. (Verslag M. O. blz. 37).

Een amendement van den heer Fokker om die slotwoorden te lezen „en dat de daar in de eerste plaats genoemde termijn van één jaar wordt gesteld op tien jaren", werd verworpen, na bestrijding dooiden Minister van Justitie, die er op wees, dat, als men in het eerste geval een termijn van tien jaren behoudt, men dien, om consequent te zijn, ook moet nemen voor het tweede geval.

Eveneens werd verworpen een amendement van den heer van Karsebeek, om in plaats van „tien jaren" te lezen „vijf jaren". (H. II blz. 1356).

§ 6. Uitbreiding van bebouwde kommen.

Artikel 27.

1. De gemeenteraad is bevoegd in het belang van stelselmatige bebouwing te verbieden, dat gebouwen worden gebouwd of her-

Sluiten