Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niettemin door onvolledigheid of onduidelijkheid waardeloos is. Daarom zijn de woorden „of niet behoorlijk" ingelascht. (M. v. A. I, op art. 39).

„Plaatselijke verordening" wordt hier vermeld, in verband met de bepaling in artikel 9, le lid, dat aangifte moet geschieden „binnen een door liet gemeentebestuur vast te stellen termijn".

Artikel 40.

Hij, die niet of niet tijdig gevolg geeft aan eene aanschrijving overeenkomstig artikel 14, wordt, tenzij hij de bewoning heeft gestaakt of de noodige maatregelen genomen heeft om haar te doen staken vóór den afloop van den termijn, binnen welken de verbeteringen moeten zijn aangebracht, gestraft met eene geldboete van ten hoogste vijf gulden voor eiken dag, volgende op dien, waarop gemelde termijn verstrijkt, tot en met dien, waarop hetzy de verbeteringen zijn aangebracht, hetzij de bewoning alsnog is gestaakt, hetzij onbewoonbaarverklaring is uitgesproken.

1. Het stelsel van opioopende boete, in navolging van de Engelsche Honsing of the Working Classes Act 1890 aangenomen, levert het meest geschikte middel op, om te dwingen tot naleving der aanschrijvingen volgens art. 14.

Het is niet de bedoeling, dat iedere dag van verzuim eene zelfstandige overtreding oplevert. Er is slechts ééne overtreding, zoodat liet minimum van ƒ0.50 gehandhaafd blijft. Zijn dus b.v. 10 dagen verloopen na het verstrijken van den termijn, dan is het minimum ƒ0.50, het maximum ƒ50 boete. Dit werd door den Minister van Justitie bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer uitdrukkelijk op tot hem gerichte vragen vermeld. (H. II blz. 1407).

2. Wordt onbewoonbaarverklaring uitgesproken — waarop ontruiming volgt — of wordt de bewoning vrijwillig gestaakt, dan is het doel bereikt en kan dus de straf-oplegging verder achterwege blijven.

3. In het O. O. en het G. O. stond: „tenzij hij de bewoning heeft gestaakt of heeft doen staken." Bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer wijzigde de Minister van Justitie de laatste uitdrukking in: „de noodige maatregelen heeft genomen om haar te doen staken." Een verhuurder, die met huurders te doen heeft, die onwillig zijn om te vertrekken, kan zich dus, teneinde eene veroordeeling te ontgaan, eventueel er op beroepen, dat liij de noodige maatregelen heeft

Sluiten