Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen. De beoordeeling, of dit inderdaad liet geval is geweest, blijft aan den rechter. (H. II blz. 1409).

Artikel 41.

Hij, die na verloop van den in artikel 15 bedoelden termijn geen gevolg geeft aan de aanschrijving, in dat artikel genoemd, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste drie gulden voor eiken dag van verzuim.

Het minimum is ƒ0.50, niet per dag van verzuim, maar in het geheel. Vergelijk aanteekening 1 op artikel 40.

Artikel 42.

Hij, die het kenteeken, bedoeld in artikel 18, zevende lid, wegneemt, vernielt of onleesbaar maakt, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste honderd gulden.

Het maximum is hooger gesteld dan in het geval van artikel 447 Wetboek van Strafrecht, aangezien het kenteeken, in artikel 18 bedoeld, eene meer duurzame bestemming heeft, dan in den regel met de bekendmakingen, bedoeld bij art. 447, het geval is. (Verslag M. blz. 49).

Artikel 43.

1. De bewoner, hoofd van een gezin of afzonderlijk levend persoon, eener onbewoonbaar verklaarde woning, die na verloop van den gestelden termijn van ontruiming de woning niet verlaat, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste drie gulden voor eiken dag van verzuim, tenzij blijkt, dat het hem onmogelijk was andere huisvesting te bekomen.

2. Hij, die in strijd met artikel 18, achtste lid, eene onbewoonbaar verklaarde woning betrekt en daarin blijft wonen wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste drie gulden voor eiken dag van verzuim.

3. Met gelijke straf wordt gestraft hij, die in de bovenomschreven gevallen de woning ter bewoning afstaat.

I. ter bewoning afstaat, 3e lid. Hieronder is ook begrepen het opnieuw verhuren der woning, nadat zij ontruimd behoorde

Sluiten