Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESLUIT VAN DEN 28*ten J\1U 190*2 (Sthl. N°. 160).

tot uitvoering van de artikelen 7, 8, 9, 26, 27, 28, 30, 34, 35 en 36 der Woningwet.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassaü, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken, van Justitie en van Financiën van 14 April 1902, n". 2704, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Gezien de artikelen 7, 6de lid, 8, 6de lid, 9, 9*> lid, 26, 27, 8de lid, 28, 7lle lid, 30, lste lid, 34, l»16 lid, 35, l8te lid en 36 der Woningwet;

Overwegende, dat bij algemeenen maatregel van bestuur moeten worden vastgesteld: het formulier van afkondiging voor de krachtens artikel 1 der Woningwet door den gemeenteraad of krachtens artikel 8 dier wet door Gedeputeerde Staten vastgestelde voorschriften en voor da besluiten van den gemeenteraad houdende verbod tot aanbouw of herbouw; voorschriften betreffende de inrichting van registers van aangifte van verhuurders van woningen; de vereischten van toelating van vereenigingen, vennootschappen of stichtingen als uitsluitend in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam; voorschriften betreffende de inrichting van plannen van uitbreiding van de in artikel 28 der wet bedoelde gemeenten; voorwaarden waaronder door de gemeenten aan vereenigingen, vennootschappen en stichtingen en door het Rijk aan de gemeenten voorschotten ingevolge de artikelen 30 en 31 der Woningwet, zoomede bijdragen in de aflossing hiervan kunnen worden verleend; en bepalingen betreffende de werkzaamheden, de bevoegdheid en den werkkring van het college van bijstand, bedoeld in artikel 35 der wet;

Den Raad van State gehoord (advies van 8 Juli 1902, n°. 17);

Gelet op het nader rapport van onze Ministers van Binnen-

Sluiten