Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. dat het voorschot uiterlijk binnen vijftig jaren in gelijke jaartermijnen of bij wege van annuiteiten wordt afgelost;

b. dat bij faillissement der vereeniging, vennootschap of stichting, bij ontbinding der vereeniging of der vennootschap of opheffing der stichting alsmede indien de voorwaarden, waaronder het voorschot is verleend, niet worden nageleefd, het voorschot of het onafgeloste gedeelte daarvan terstond opvorderbaar wordt;

c. dat bij vervreemding of bezwaring van onroerende goederen der vereeniging, vennootschap of stichting zonder goedkeuring van burgemeester en wethouders der gemeente, die geldelijken steun verleent, of anders van Gedeputeerde Staten het bestuur aan de gemeente zal verbeuren een bij het verleenen van het voorschot te bepalen geldsom, waarvoor de leden van het bestuur hoofdelijk ieder voor het geheel aansprakelijk zullen zijn; onverminderd het recht der gemeente om, zoo daartoe termen zijn, in plaats van de geldboete schadevergoeding te eischen en om de vervreemding of bezwaring niet als geldig te erkennen.

Art. 16.

Wordt een voorschot renteloos verleend of tegen eene rente beneden 3"/2 ten honderd 's jaars, dan wordt daaraan bovendien de voorwaarde verbonden, dat de gemeente ten allen tijde met goedkeuring van Gedeputeerde Staten, of, bij weigering, met Onze goedkeuring, het recht zal hebben alle bezittingen met de daarop rustende lasten en verplichtingen en alle schulden der vereeniging, vennootschap of stichting gezamenlijk over te nemen tegen betaling van een bedrag, bij het verleenen van het voorschot vast te stellen, met dien verstande, dat boven het bijeengebracht, gestort of ter vestiging van de stichting afgezonderd kapitaal slechts eene billijke vergoeding voor liquidatiekosten wordt uitgekeerd.

Art. 17.

Bijdragen uit de gemeentekas, als bedoeld in artikel 30 deiWoningwet, worden alleen verleend bij wijze van tegemoetkoming in de aflossingstermijnen van een renteloos voorschot.

Zoodanige bijdragen beloopen ten hoogste de helft van de aflossingstermijnen gedurende de eerste vijf jaren en ten hoogste een derde gedeelte gedurende verdere jaren, en worden alleen verleend onder voorwaarde, dat, indien het voorschot of het onafgeloste gedeelte daarvan wordt opgevorderd krachtens artikel 156, de termijnen, tot welker betaling de gemeente zich nog in de toekomst verbonden had, niet meer zullen zijn verschuldigd.

Sluiten