Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. Registers van aangifte van verhuurders van woningen.

Art. 3.

In elke gemeente des Rijks wordt door burgemeester en wethouders volgens het model, gevoegd by dit besluit, een register gehouden van de aangiften, gedaan ingevolge artikel 9, eerste en vierde lid, der Woningwet.

Art. 4.

Voor elke woning, die op zich zelve een gebouw vormt, wordt een afzonderlek blad van het register, in het voorgaand artikel bedoeld, bestemd.

Woningen, die van een en hetzelfde gebouw deel uitmaken, worden op hetzelfde blad ingeschreven.

Art. 5.

Wanneer een blad van het register volgeschreven is, wordt het vervolgd op een nieuw blad, volgende op het laatst beschrevene in het register of in dezelfde afdeeling van het register, nimmer op open plaatsen van gedeeltelijk beschreven bladen. Aan den voet van het volgeschreven blad wordt verwezen naar het nommer van het blad, waarop de inschrijvingen vervolgd worden.

Art. 6.

Het register kan gesplitst worden in boekdeelen of reeksen van boekdeelen, al dan niet volgens het kaartenstelsel ingericht, naar de plaatselijke indeeling in dorpen, buurtschappen, wijken of andere hoofdafdeelingen.

Het register wordt ingericht naar de plaatselijke indeeling (dorp, buurtschap, wijk enz.) en naar de straten, zooveel mogelijk met inachtneming van de alphabetische volgorde van de namen of letters — of van de volgorde van de nommers — der dorpen, buurtschappen, wijken enz. en der straten.

§ 3. Toelating van vereenigingen, vennootschappen en stichtingen als uitsluitend in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam.

Art. 7.

De in artikel 78 der wet van den 28ste» Augustus 1851 (Staatsblad n°. 125), laatstelyk gewyzigd bij artikel 26 der Woningwet, bedoelde toelating van vereenigingen, vennootschappen en stichtin-

Sluiten