Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 Juni 1902 Wij VVILHELMINA, bij de gratie Gods,

n°. 55. Koningin der Nederlanden, Prinses

— van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van 21 Juni 1902, n". 4547, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Overwegende, dat volgens art. 23 van de Gezondheidswet eene gezondheidscommissie wordt ingesteld voor elke gemeente, die meer dan 18.000 inwoners heeft, alzoo voor de gemeenten Breda, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Zutphen. Delft, Dordrecht, Gouda, 's-Gravenhage, Leiden, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Helder, Hilversum, Zaandam, Middelburg, Vlissingen, Amersfoort, Utrecht, Leeuwarden, Deventer, Enschedé, Kampen, Zwolle, Groningen, Emmen en Maastricht; voorts — wat de overige gemeenten betreft — voor elke gemeente waarvoor dit door Ons wegens bijzondere in Ons besluit te vermelden omstandigheden wenschelijk wordt geoordeeld, en overigens voor elke door Ons nader aan te wijzen vereeniging van twee of meer in ééne provincie gelegen gemeenten, gezamenlijk niet meer dan 40.000 inwoners hebbende; terwijl eene gezondheidscommissie, voor twee of meer gemeenten gezamenlijk ingesteld, haren zetel heeft in de door Ons aan te wijzen gemeente;

Hebben goedgevonden en verstaan, te bepalen:

Eene afzonderlijke gezondheidscommissie wordt ingesteld voor de gemeente Maassluis, uit hoofde van de bijzondere omstandigheden, waarin deze gemeente verkeert als havenplaats en wegens het aldaar ter reede ankeren van uit zee komende schepen.

Artikel 1.

Sluiten