Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. Bewaring van geldswaarden van Rijksinstellingen;

3°. Intrekking van de muntbiljetten; door de Bank te verstrekken rentelooze voorschotten tot een maximum van / 15000000; toekenning aan de Bank van het recht tot uitgifte van bankbiljetten van ƒ10;

4°. Bezoldiging van den Koninklijken commissaris;

5°. Verdeeling der winst,

De desbetreffende wijzigingen zijn hieronder bij de verschillende daarop betrekking hebbende artikelen toegelicht.

Art. 1. Regeling van «len duur van liet octrooi.

Door de Directie der Bank werd er met klem op aangedrongen, dat ditmaal het recht om als circulatiebank werkzaam te zijn. voor geruimen tijd zou worden verleend. Evenals dit in België met de Nationale Bank is geschied, wenschte zij den termijn op 30 jaren bepaald te zien. Zij voerde daarvoor gronden aan, die zeker niet van gewicht waren ontbloot. Het weldra veertig jaren geleden in gebruik genomen bankgebouw werd in de laatste tien jaren aanmerkelijk uitgebreid. Zoo werd de beschikking gekregen over meer kelderruimte en meer kantoorlocalen. Maar in dit opzicht is nu het laatste woord gesproken. Alleen door ingrijpende verbouwing van het perceel zal in de steeds toenemende eischen kunnen worden voorzien. Voorts zijn, indien de Bank als circulatiebank werkzaam blijft, andere nog belangrijker uitgaven onvermijdelijk. Neemt men daarbij in aanmerking, dat het, reeds afgezien van deze bijzondere omstandigheden, bg de organisatie van haar bedrijf en bij de benoeming van nieuw personeel in gewichtige betrekkingen voor de Bank hoogst bezwaarlijk is indien zij niet de zekerheid heeft, het haar toegekende recht geruimen tijd te zullen behouden, dan is het verlangen der Directie naar een langen termijn alleszins begrijpelijk.

Toch is slechts in een termijn van 15 jaren bewilligd. Al werd niet voorbijgezien, dat het ook uit een oogpunt van algemeen belang niet zonder bezwaar is, de grondslagen van ons credietwezen aan veelvuldige herziening te onderwerpen, zoo scheen het anderzijds bedenkelijk, den Staat voor eene lange reeks van jaren te binden. De ondergeteekende heeft bovendien gemeend te moeten eerbiedigen de uitspraak van de Tweede Kamer, die in hare vergadering van 20 Juli 1888 door de aanneming van een amendement zich voor een termijn van

Sluiten