Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het overschot blijft de helft ten voordeele van de Bank en komt de wederhelft ten voordeele van den Staat, totdat de aandeelhouders 7 pet. dividend genieten;

en eindelijk is van het meerdere y, voor de Bank en 3/s voor den Staat.

Volgens het ontwerp zal de verdeeling der winst als volgt geschieden:

eerst komt 31/» pet. over het maatschappelijk kapitaal aan de Bank;

van het meerdere wordt 10 pet. in het reservefonds gestort, totdat dit ƒ 5 000 000 heeft bereikt;

van het overschot wordt 3 pet. als tantièmes aan Directie en commissarissen uitgekeerd;

terwijl het meerdere voor '/, door de Bank en voor s/s door den Staat wordt genoten.

De bepaling, dat de tantièmes ten laste der overwinst komen en niet langer, zooals tot dusver krachtens art. 41, 4de lid, der statuten uit het aan de Bank toekomende aandeel zullen worden bestreden, is reeds bij den aanvang der onderhandelingen door den ondergeteekende als wenschelijk vooropgesteld. Zij, die voor eene benoeming tot directeur der Nederlandsche Bank in aanmerking komen, zullen in den regel aan hooge inkomsten uit hunnen arbeid gewoon zijn, en het is van algemeen belang te achten, dat men bij de keuze der personen aan wie het bestuur der Nederlandsche Bank wordt toevertrouwd, niet beperkt zij doordien het bedrag der belooning een bezwaar oplevert. Het scheen daarom wenschelijk de zaak aldus te regelen, dat de vermindering van het aandeel der Bank niet verlaging van de tantièmes zou met zich brengen. Dit wordt op de in het ontwerp voorgestelde wijze bereikt. Het percentage is, behoudens afronding, aldus gekozen, dat de tantièmes ongeveer evenveel zullen blijven bedragen als bij behoud van de thans geldende wet en statuten het geval zou zijn.

Onderstaande cijfers geven eene vergelijking tusschen de oude en de nieuwe regeling ten aanzien van de financieele resultaten voor Staat en Bank. De eerste tabel bevat de winstverdeeling die, krachtens de wet, gedurende de werking van het tegenwoordig octrooi heeft plaats gehad; de tweede tabel, de winstverdeeling die zou hebben gegolden, indien de bepalingen van het ontwerp reeds met ingang van 1 April 1889 wet waren geworden.

Sluiten